Vr. en Antw., Senaat
Verzoeken om kwijtschelding van geldboeten - Procedure van gedwongen invordering
VRAAG
Artikel 84, laatste lid, van het BTW-Wetboek machtigt u om te beslissen over kwijtschelding van boeten.
Zulks bewijst dat die kwijtschelding wettelijk is.
Na een bedrijvigheidscontrole krijgt de belastingplichtige een proces-verbaal tot regularisatie: daarin is sprake van herziening van de belastingen, van verwijlinterest en van een boete van ten minste 10 pct.
Als uitzonderlijke omstandigheden een kwijtschelding van de boete wettigen, kan hij daartoe een verzoekschrift indienen, dat onderzocht wordt door de gemachtigde ambtenaar.
Nu probeert het ontvangkantoor stelselmatig, tussen de datum van het verzoekschrift en die van de beslissing van de Minister of van de gemachtigde ambtenaar, de boete onder dwang in te vorderen.
Dat de belastingplichtige belasting en interest onverwijld betaald heeft, speelt geen rol.
De ontvangkantoren gaan te werk als robotten, zonder rekening te houden met het bezwaarschrift of met uitstel van invordering, dat toch een belangrijk beginsel in ons belastingrecht is.
Op vragen van verontwaardigde belastingplichtigen antwoorden ze dat die toestand voortvloeit uit de informatisering van de invordering van de na een controle verschuldigde bedragen.
Het menselijk aspect gaat aldus teloor en de computers werken blindelings door.
Wat is het standpunt van de geachte Minister?
ANTWOORD
Op grond van artikel 84, tweede lid, van het BTW-Wetboek, beslist de Minister van Financiën over verzoeken om kwijtschelding van administratieve geldboeten en treft met de belastingschuldigen dadingen, voor zover deze niet leiden tot vrijstelling of vermindering van belasting.
De kwijtschelding van de opgelopen administratieve geldboeten wordt normaal slechts verleend zo de belastingplichtige de aan de Schatkist verschuldigde bedragen betaalt binnen een bepaalde termijn.
De aandacht van het geachte Lid wordt er evenwel op gevestigd dat inzake BTW, de gedwongen tenuitvoerlegging van een invordering slechts mogelijk is, nadat, door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert, een dwangbevel dat als uitvoerbare titel geldt, werd uitgevaardigd en aan dezelfde belastingplichtige ter kennisgeving werd verstuurd overeenkomstig artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek.
Dergelijke procedure veronderstelt dus dat de invordering werd overgedragen aan de bevoegde BTW-ontvanger belast met de vervolgingen, hetgeen zich normaal voordoet wanneer binnen een termijn van acht dagen na het versturen van een laatste aanmaning tot betalen, geen enkele betaling werd ingeschreven in het bestand bijgehouden door het Regionaal Centrum voor Informatieverwerking.
Die overdracht doet zich bijgevolg voor op het ogenblik waarop de belastingplichtige bepaalde tekortkomingen heeft vertoond bij de voldoening van zijn schuld. Er bestaat dus geen enkel verband tussen een verzoek tot kwijtschelding van een geldboete en de inwerkingtreding van de procedure van gedwongen invordering. Het zou overigens kunnen gebeuren dat de indiening op dat ogenblik van een verzoek tot kwijtschelding van een geldboete slechts een bijkomend vertragingsmaneuver uitmaakt.
Het spreekt vanzelf dat, indien het geachte Lid een concreet geval beoogt waarbij de procedure niet volledig conform hetgeen voorafgaat is verlopen, ik bereid ben een onderzoek te laten instellen indien mij de naam en het adres van de betrokken personen worden medegedeeld.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.