Vr. en Antw., Kamer, nr. 83, 1996-1997, blz. 11377-11378
Belasting winstmarge - Tijdvak.
VRAAG
Krachtens de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (artikel 58, § 4, BTW-wetboek en de aanschrijvingen nrs. 1 en 2 van 1995) dient voor het laatste tijdvak een speciale maatstaf van heffing gehanteerd te worden. De toepassing van deze regeling door de administratie roept een vraag op.
Is dit "laatste tijdvak" het laatste kwartaal van een kalenderjaar ? Of is het tijdvak het laatste kwartaal van een boekjaar, voor ondernemingen waarin het boekjaar niet samenvalt met een kalenderjaar ?
ANTWOORD
Artikel 3, voorlaatste lid, van het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten bepaalt de berekeningswijze van de totale winstmarge voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar.
Wanneer het boekjaar niet gelijk loopt met het kalenderjaar zal de belastingplichtige wederverkoper de jaarlijkse regularisatie doorvoeren in de aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van het boekjaar.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.