Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1996-1997 blz. 11375
Huisvuilbelasting - Kampeerterrein - Tussenpersoon - Gemeentelijke belasting op het huisvuil - Gelijkheidsbeginsel - Maatstaf van heffing
VRAAG
Gemeenten innen huisvuilbelasting, ook bij de eigenaars van tweede verblijven op kampeerterreinen. De exploitant van het kampeerterrein treedt als tussenpersoon op en verhaalt dit bedrag nadien op de eigenaars.
Hiertoe dient hij een factuur uit te schrijven. Dit brengt met zich dat hij 6 pct. BTW moet betalen op het bedrag van huisvuilbelasting dat hij reeds aan de gemeente betaalde. Hij betaalt dus "belasting op belasting".
Acht u deze situatie niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel ?
ANTWOORD
Artikel 26 van het BTW-Wetboek, gewijzigd ingevolge de aanpassing op 1 januari 1993 van genoemd wetboek aan de Zesde Richtlijn van 17 mei 1977 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, bepaalt in het derde lid uitdrukkelijk dat de belastingen, rechten en heffingen eveneens in de maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW moeten worden opgenomen.
Bijgevolg, wanneer de door de bevoegde overheid ingestelde belastingen, rechten en heffingen, andere dan de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd zijn in hoofde van de leverancier van de goederen of de dienstverrichter en van hem worden gevorderd, moeten die in de maatstaf van heffing worden opgenomen voor de berekening van de BTW verschuldigd voor de geleverde goederen en de verstrekte diensten, in de mate waarin ze, zelfs afzonderlijk en voor het juiste bedrag, aan de cliënt worden aangerekend.
Voor de toepassing van bovengenoemde bepaling dient dus te worden nagegaan wie volgens de geldende reglementering schuldenaar is van bedoelde gemeentelijke belasting op het huisvuil.
Wanneer derhalve de huisvuilbelasting verschuldigd is in hoofde van de exploitant van het kampeerterrein en door laatstgenoemde zelfs afzonderlijk en voor het juiste bedrag wordt doorgerekend aan de eigenaars van tweede verblijven, behoort bedoelde belasting steeds tot de maatstaf van heffing die geldt voor de berekening van de BTW die verschuldigd is wegens de levering of dienstverrichting.
Slechts in het geval dat bedoelde belasting zou verschuldigd zijn in hoofde van de eigenaars van tweede verblijven op kampeerterreinen maar om administratieve reden globaal aan de exploitant van het kampeerterrein wordt aangerekend, maakt zij bij doorrekening aan de eigenaars een voorschot uit in de zin van artikel 28, 5°, van het BTW-Wetboek en is ze niet aan de BTW onderworpen. In dit laatste geval is het dan wel noodzakelijk dat de uitbater van het kampeerterrein genoemde belasting afzonderlijk en voor het juiste bedrag op de factuur vermeldt.
Aangezien de toepassing van hetgeen voorafgaat afhankelijk is van de beslissing van de gemeente zelf en derhalve geldt voor alle inwoners van dezelfde gemeenten wordt er mijns inziens geen afbreuk gedaan aan het gelijkheidsbeginsel.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.