Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 118, blz. 22903-22905
Voordeel van alle aard - Ramingmethoden
VRAAG
Inzake directe belastingen (personenbelasting) wordt de belastbaarheid van de anders dan in geld verkregen of behaalde voordelen van alle aard in beginsel algemeen geregeld door de wettelijke bepalingen van de artikelen 25, 2°; 27, 2°; 31, tweede lid, 2°; 32, tweede lid, 2°; 36; 228 en 340 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en door de reglementaire bepalingen van artikel 18 van het KB/WIB 1992.
Niettegenstaande door de Controlecentra van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit reeds sinds het jaar 1998 gezamenlijke of polyvalente verificaties moeten worden uitgevoerd, worden in de praktijk inzake BTW (indirecte belastingen) blijkbaar nog altijd totaal andere niet wettelijk of reglementair bepaalde ramingmethoden, criteria of normen gehanteerd om het juiste bedrag of de werkelijke waarde van die private voordelen en om de maatstaf van heffing bij benadering ernstig te berekenen.
Voornamelijk bij het onderzoek van dossiers van vennootschappen en hun bedrijfsleiders en werknemers geven die twee compleet verschillende benaderingswijzen veelal aanleiding tot belangrijke en blijvende belastingdiscusssies, inzonderheid wanneer er door de BTW-sector lagere basisbedragen of maatstaven van heffing worden vooropgesteld met betrekking tot de voordelen alle aard van elektriciteit, verwarming, autogebruik (private verplaatsingen en woonwerkverkeer), maaltijden en PC- en internetaansluitingen dan die welke reglementair worden bepaald door de eerder genoemde beschikkingen van het WIB 1992 en het KB/WIB 1992
1. Zijn de gezamenlijk optredende BTW- en belastingambtenaren er beide al dan niet administratief of hiërarchisch toe gehouden gelijktijdig en identiek dezelfde wettelijke en reglementaire bepalingen van het WIB 1992 te hanteren met betrekking tot genoemde voordelen (BTW-inclusief) in verband met verwarming, elektriciteit, autogebruik (private verplaatsingen en woon-werkverkeer), maaltijden en PC en internetaansluitingen (zie ook : artikel 59 van het BTW-Wetboek) ?
2.
a) Is in fase van geschil en in fase van bezwaar de belastingadministratie zowel in rechte als in feite gebonden aan de lagere bedragen door de BTW-sector uiteindelijk weerhouden in de regularisatie- en correctieopgaven ?
b) Gelden hier zowel het adagium « in dubio contra fiscum» als de beginselen van behoorlijk bestuur en hoe moeten de administratieve geschillenfilter en de managers hier nu concreet werken ?
3. Kan u meedelen, punt per punt op belasting- en op BTW-vlak en per eerdergenoemd soort voordeel, in het kader van een performant fiscaal bestuur uw actuele algemene principiële ziens- en handelwijze zowel in het licht van alle wettelijke en reglementaire bepalingen van het BTW-Wetboek, Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen, het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het beginsel van de fiscale gelijkberechtiging en de artikelen 10, tweede lid, eerste zinsdeel; 170, § 1; 171 en 172 van de gecoördineerde Grondwet als het openbare orde-karakter van de belastingen ?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 18.04.2006)
1. De vraag van het geachte lid betreft de verschillende benadering in de inkomstenbelastingen en in de BTW van bepaalde voordelen van alle aard. Dat verschil is te verklaren vanuit het feit dat de betreffende belastingstelsels op het vlak van het materieel recht wederzijds volledig onafhankelijk zijn. De Belgische BTW-reglementering is immers gebaseerd op de bepalingen van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 (77/388/EEG) en dient bijgevolg steeds in overeenstemming te zijn met de voornoemde bepalingen. Wat in de ene belasting geldt, geldt niet noodzakelijk ook in de andere belasting. Dit is onder meer het geval inzake het autogebruik waarvoor een eigen specifieke regeling geldt.
2. Wat de raming van een voordeel van alle aard betreft, dienen de ambtenaren van de directe belastingen in alle fasen van de procedure de ter zake geldende bepalingen opgenomen in het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 en in het koninklijk besluit tot uitvoering ervan na te leven.
3. Rekening houdend met de algemene vraagstelling en de omvang van het antwoord veroorloof ik mij het geachte lid te verwijzen naar de website van FOD Financiën. Deze website bevat een behoorlijk indrukwekkende gegevensbank die door iedereen kan worden geraadpleegd op het internetadres www .fisconet.gfov.be, door middel van de daarin opgenomen zoekfunctie. Deze gegevensbank, in volle evolutie, bevat naast de wetgeving met betrekking tot de belastingen die onder de bevoegdheid vallen van de FOD, commentaar, aanschrijvingen, beslissingen, rechtspraak alsook talrijke andere informatie en nuttige mededelingen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.