Vr. en Antw., Kamer, nr. 76, 1996-1997, blz. 10311-10312
BTW-Revue nr. 129, blz. 641
BTW-tarief - Prestaties van een traiteur.
VRAAG
Krachtens de bepalingen van artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het Wetboek van de BTW wordt als een dienst beschouwd, de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft, het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en, meer algemeen, in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse. Deze dienstprestatie wordt onderworpen aan het BTW-tarief van 21 %.
Anderzijds wordt het louter verstrekken van maaltijden in andere omstandigheden dan hiervoor bedoeld, door een traiteur of een andere belastingplichtige die geregeld dergelijke handelingen verricht, in principe onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 % (vraag nr. 786 van de heer Standaert van 19 november 1993, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1993-1994, nr. 88, blz. 8546-8547).
Wanneer de exploitant van een hotelinrichting, een restaurant, een drankslijterij of een traiteur zich beperkt tot het exclusief ter beschikking stellen van een zaal aan een andere persoon of een groepering, zonder andere diensten te verrichten dan die welke noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal, is deze handeling vrijgesteld van BTW, in de mate waarin ze betrekking heeft op het genot van de zaal zelf en op de diensten die noodzakelijk zijn voor het onderhoud ervan (vraag nr. 425 van de heer Fournaux van 13 mei 1996, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1995-1996, nr. 41, blz. 5526-5527).
Het hiervoor gemaakte onderscheid berust aldus op de omstandigheid dat bijvoorbeeld in een restaurant, door de bereider van de spijzen, nog een aanzienlijk aantal bijkomende diensten wordt uitgevoerd, waaronder het opdienen, het inschenken van dranken, het dekken van tafels, het installeren van buffetten, het afwassen, enz. Bijgevolg mag het begrip "voor het verbruik ter plaatse" niet als een loutere plaatsaanwijzing worden geïnterpreteerd, maar wijst dit begrip integendeel op de hele reeks bijkomende dienstprestaties die gepaard gaan met het verbruik van maaltijden in restaurants, cafés, enz.
Nochtans wordt in de praktijk het hiervoor bedoelde onderscheid niet gemaakt voor traiteurs, die wanneer zij zich beperken tot het louter leveren van maaltijden, samen met het ter beschikking stellen van hun zaal zonder verdere dienstprestaties, toch onderworpen worden aan het BTW-tarief van 21 pct. Blijkbaar wordt voor de traiteurs het begrip "voor het verbruik ter plaatse" geïnterpreteerd als zijnde een loutere plaatsaanwijzing, wat oneerlijke concurrentie voor gevolg heeft. Twee traiteurs die maaltijden aan mekaar leveren, genieten immers wel het verlaagde BTW-tarief.
Wat is uw standpunt hierover ?
ANTWOORD
Wanneer een traiteur een zaal ter beschikking stelt aan een andere persoon of een groepering kan die handeling inderdaad vrijgesteld zijn op grond van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek in de mate en onder de voorwaarden weergegeven in mijn antwoord op de vraag nr. 425 van 13 mei 1996 van de heer volksvertegenwoordiger R. Fournaux (Vragen en Antwoorden, Kamer, GZ 1995-1996, nr. 41, 8 juli 1996, blz. 5526-5527). Voor die vrijstelling is vereist dat de traiteur zich beperkt tot het exclusief ter beschikking stellen van de zaal zonder andere prestaties te verrichten dan die welke noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal. Het verschaffen van spijzen kan uiteraard niet beschouwd worden als een prestatie die noodzakelijk is voor het onderhouden van de zaal. Wanneer een traiteur spijzen verschaft aan een persoon of groepering en tevens zijn restauratiezaal ter beschikking stelt voor het verbruik van de maaltijden door die afnemer, is bovengenoemde vrijstelling inzake BTW dus niet van toepassing.
In casu kunnen de prestaties van de traiteur niet beschouwd worden als afzonderlijke handelingen aangezien de uitvoering van een contract dat die prestaties tot voorwerp heeft, krachtens artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het BTW-Wetboek beschouwd wordt als één dienst. Het verschaffen van spijzen in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse blijkt hier afdoende uit de ter beschikking gestelde infrastructuur. Die infrastructuur omvat overigens, benevens het gepaste meubilair, normaal gezien ook het vaatwerk en andere voorzieningen voor het verbruik van de maaltijden. Gelet op die infrastructuur is de kwestie of de traiteur al dan niet ook instaat voor het tafeldekken, het opdienen, het uitschenken, het afruimen, enz. niet meer relevant om te besluiten dat er sprake is van een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het BTW-Wetboek. Een dergelijke volledige service wordt trouwens evenmin verstrekt in diverse restaurants, zoals bijvoorbeeld deze met zelfbediening.
Bijgevolg is terzake het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt van toepassing, zelfs indien de tafelhouder een afzonderlijke prijs in rekening brengt voor de maaltijden, voor het gebruik van de zaal, het meubilair en vaatwerk.