Vruchtgebruikconstructies, Voordeel van alle aard · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

738 18 april 2005

Zoeken

Vruchtgebruikconstructies, Voordeel van alle aardVruchtgebruikconstructies,Voordeel van alle aard

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/738-vruchtgebruikconstructies-voordeel-alle-aard-der-2d66

Nummer
738
Datum
18 april 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

VRAAG 05/738

Vraag nr. 738 van de heer Van der Maelen dd. 18.04.2005

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 077, blz. 12907-12909

Vruchtgebruikconstructies - Voordeel van alle aard

VRAAG

Vruchtgebruikconstructies zijn al jaren schering en inslag in de bedrijfspraktijk: een vennootschap koopt het tijdelijk vruchtgebruik van een onroerend goed (meestal 15 jaar tot 20 jaar) en de bedrijfsleider (meestal de enige aandeelhouder) koopt ten persoonlijken titel de blote eigendom. De splitsing van de prijs voor de volle eigendom tussen de prijs voor het vruchtgebruik en de blote eigendom is hierbij van groot belang.

1. Bent u het met mij eens:

a) dat de formules daartoe aangereikt door het Wetboek der registratie (artikel 47 van het Wetboek der Registratie) of het Wetboek der successierechten (artikel 21, van het Wetboek der successierechten) en die uitmonden in de traditionele 20/80-verhouding hier niet aan de orde zijn, daar deze berekeningen geen aanduiding vormen voor de economische waarde van het vruchtgebruik;

b) dat de waarde van het vruchtgebruik dient bepaald op basis van de te verwachten netto-huuropbrengst van de eigendom;

c) dat deze te verwachten netto-huuropbrengsten daarenboven dienen geactualiseerd?

2. Bij heel wat vruchtgebruikconstructies worden de grove herstellingen ten laste gelegd van de vruchtgebruiker en dit in afwijking van de artikelen 605 en 606 van het Burgerlijk Wetboek. Bent u het met mij eens dat voor de berekening van de waarden van het vruchtgebruik rekening dient gehouden met deze last, die in nogal wat gevallen de aanschaffingsprijs van het vruchtgebruik overtreft?

3. a) Welke instructies hebt u de ambtenaren gegeven over de wijze waarop zij dergelijke constructies dienen te onderzoeken?

b) Indien u geen instructies verspreid hebt onder de ambtenaren, wat is hiervan de reden?

4. De accountants en bedrijfsrevisoren moeten worden gesensibiliseerd om correcte waarderingen te maken van het vruchtgebruik.

a) Overweegt u dit op te nemen bij het sluiten van een convenant met de sector?

b) Wat betreft de convenant met de sector, hoe vorderen de onderhandelingen?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 03.05.2005)

De fiscale gevolgen van vruchtgebruikconstructies moeten aan de hand van de feitelijke en juridische gegevens, eigen aan het geval, worden beoordeeld.

Ook de waarde van het vruchtgebruik moet op die manier worden vastgesteld. In voorkomend geval is de geactualiseerde huuropbrengst daarbij één van die gegevens. Op het gebied van directe belastingen moet niet noodzakelijkerwijze verwezen worden naar de regels die zijn vermeld in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten of in het Wetboek der successierechten.

De fiscale gevolgen van door de vruchtgebruiker uitgevoerde verbeteringswerken hangen inzonderheid af van hun aard, doel en omvang.

Het geachte lid verwijst naar de voorafgaande beslissing nr. 300 081 van 30 september 2003. Ik wens vooraf op te merken dat een voorafgaande beslissing enkel betrekking heeft op één concreet geval.

De alinea waarop het geachte lid doelt, vestigt de aandacht op de mogelijkheid dat, op het ogenblik dat de zaakvoerder opnieuw volle eigenaar van het onroerend goed wordt, de feitelijke gegevens, eventueel ook met betrekking tot uitgevoerde verbeteringswerken, kunnen wijzen op het bestaan van een ten name van de zaakvoerder belastbaar voordeel van alle aard. In dit verband wordt erop gewezen dat op het moment van de aanvraag geen zekerheid bestond over de aanwending van het onroerend goed waarop het vruchtgebruik betrekking had.

Ten slotte stip ik aan dat uit voormelde beslissing geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de eventuele toepasbaarheid van artikel 344, § 1, WIB 1992 inzake vruchtgebruikconstructies. Voormeld artikel behoorde trouwens niet tot de wettelijke bepalingen waaromtrent de aanvrager om voorafgaande zekerheid had verzocht voor wat betreft de toepassing ervan in het door hem voorgelegde geval.

Hoewel de gevolgen van vruchtgebruikconstructies op belastinggebied, zoals ik reeds eerder aangaf, afhankelijk zijn van concrete feitelijke en juridische gegevens, zal mijn administratie nagaan of het aangewezen is om ter zake centrale richtlijnen te verstrekken.

Administratieve doctrine

2

« … is mijn administratie bijgevolg niet mogelijk ter zake algemene richtlijnen te verstrekken. Wat het gebruik van bepaalde waarderingsmethodes betreft, kan ik het geachte lid nuttig verwijzen naar het antwoord dat ik reeds heb verstrekt op de parlementaire vraag nr. 738 van 18 april 2005 , gesteld door de heer volksvertegenwoordiger Van der Maelen: «Voor de bepaling van de waarde van het vruchtgebruik moet men steunen op de economische waarde van het recht. De economische waarde van het vruchtgebruik moet berekend worden op basis van de … »

VruchtgebruikconstructiesParlementaire vraag29.04.2008

Bekijk de 2 documenten