Annulatievergoedingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

72 8 november 2007

Zoeken

Annulatievergoedingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/72-annulatievergoedingen-der-maelen-annulatievergoeding-e038

Nummer
72
Datum
8 november 2007

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 005, blz. 240-241

Annulatievergoedingen

VRAAG

Op 18 juli 2007 wees het Hof van Justitie het arrest «Société thermale d'Eugénie-les-Bains (C-277/05)». Op basis van dit arrest zijn annulatievergoedingen niet aan de BTW onderworpen. De Belgische wetgeving is vergelijkbaar met het Franse systeem, zoals beschreven in het arrest. Ook in België bepaalt het Burgerlijk Wetboek immers dat partijen een strafbeding in hun overeenkomst kunnen opnemen waarbij een persoon zich verbindt tot betaling van een forfaitaire vergoeding van de schade die kan worden geleden ten gevolge van de niet-uitvoering van de overeenkomst (artikel 1226 en volgende van het Burgerlijk Wetboek).

In de praktijk rijst echter de vraag vanaf welk moment een dergelijke betaling als schadevergoeding kan worden beschouwd.

1. Geldt de kwalificatie vanaf het moment van de betaling door de klant of moet de hoteleigenaar eerst BTW aanrekenen en kan hij die dan achteraf recupereren ?

2. Concreet: moet de hotelhouder een belastingplichtige klant met toepassing van BTW factureren op het moment van de ontvangst van de voorafbetaling of wordt de BTW over de volledige handeling slechts opeisbaar op het moment dat de dienst effectief verstrekt is ?

3. In het eerste geval : kan de hoteleigenaar de initieel aangerekende BTW recupereren ?

4. Is er in dergelijk geval een verplichting tot teruggave van deze BTW aan niet belastingplichtige klanten ?

ANTWOORD

(vice-eersteminister en minister van Financiën, 07.12.2007)

Krachtens de artikelen 17 en 22 van het BTW-Wetboek maakt de betaling van een voorschot met betrekking tot een aan de BTW onderworpen levering van goederen of dienst, de betaling opeisbaar over het betaalde bedrag, zelfs indien dit bedrag nadien zou kunnen aangemerkt worden als een schadevergoeding.

Wanneer de voorgenomen handeling uiteindelijk niet plaatsvindt omdat de klant de overeenkomst wenst te verbreken, is de belasting geheven over het voorschot vatbaar voor teruggaaf overeenkomstig artikel 77, § 1, 4° van voornoemd wetboek. Volgens de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 moet de belastingplichtige een verbeterd stuk opmaken waarvan het dubbel als creditnota mag gelden in hoofde van de klant. Deze laatste is overigens verplicht de BTW terug te storten, voor zover hij deze BTW oorspronkelijk afgetrokken heeft.

Er dient geen verbeterend stuk uitgereikt te worden aan de medecontractant door de hoteleigenaar in geval van teruggaaf van BTW die werd voldaan voor een handeling met een particulier, zonder dat een factuur werd uitgereikt omdat die uitreiking niet verplicht was, maar dan moet hij in principe kunnen bewijzen dat hij de te veel aangerekende belasting aan zijn klant heeft terugbetaald.

Indien de verkoper of dienstverrichter niet overgaat tot de terugbetaling van het ontvangen voorschot (inclusief BTW) maar het behoudt als schadeloosstelling heeft dit geen heffing van BTW tot gevolg. De vergoedingen die uitsluitend worden gevraagd tot herstel van schade ontsnappen immers aan de toepassing van de BTW, aangezien deze niet de tegenprestatie vormen van leveringen van goederen of diensten (zie arrest van het Hof van Justitie van 18 juli 2007, zaak C-277/05).

In dit verband wordt tevens verwezen naar het antwoord op de parlementaire vraag van 8 augustus 2003 van mevrouw Nyssens.

Aangehaalde teksten

3

Administratieve doctrine

4

« … tot herstel van schade ontsnappen immers aan de toepassing van de btw, aangezien deze niet de tegenprestatie vormen van leveringen van goederen of diensten (schriftelijke parlementaire vragen nr. 3-4 van mevrouw de Senator Clotilde Nyssens van 08.08.2003 en nr. 72 van de heer Volksvertegenwoordiger Dirk Van der Maelen van 08.11.2007 ). b. Verbreking van een aannemingscontract Ingevolge artikel 1794 van het Burgerlijk Wetboek (oud) kan de opdrachtgever door zijn enkele wil het aannemingscontract verbreken, ook al is het werk reeds begonnen, mits hij de aannemer schadeloos stelt voor al … »

Maatstaf van heffing van de belasting (01.03.2025)Administratieve commentaar19.03.2025

Bekijk de 4 documenten