Schriftelijke vraag en antwoord nr : 703 - Zittingsperiode : 53
Auteur : Carl Devlies, CD&V (01041)
Departement : Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
Titel : De afschrijving van niet-bedrijfsmiddelen.
Datum indiening : 10/01/2014
Vraag
Op 9 december 2013 werd in het Belgisch Staatsblad de wijziging aan het ministerieel besluit nr. 1 van 2 september 1980 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, gepubliceerd (zie: ministerieel besluit van 4 december 2013 tot wijziging van het ministerieel besluit nr. 1 van 2 september 1980 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde).
Artikel 1, 1°, van het ministerieel besluit bepaalde dat niet als bedrijfsmiddelen worden opgemerkt:
"1° klein materieel, klein gereedschap en kantoorbehoeften, wanneer de prijs of, bij ontstentenis van een prijs, de normale waarde, per in de handel gebruikelijke eenheid, lager is dan 250 euro"
Het bedrag van 250 euro werd, ingevolge de vermelde publicatie in het Belgisch Staatsblad, vervangen door bedragen van 1.000 euro, met toepassing vanaf 1 januari 2014.
1. Voor de directe belastingen moeten investeringen in bedrijfsmiddelen afgeschreven worden over de normale gebruiksduur.
Mag er naar analogie met dit ministerieel besluit van 4 december 2013 geconcludeerd worden dat voor de directe belastingen aankopen van klein materieel, klein gereedschap en kantoorbenodigdheden met een waarde lager dan 1.000 euro niet gezien moeten worden als investeringen en bijgevolg niet moeten worden afgeschreven?
2. Mogen deze aankopen rechtstreeks in het jaar van aankoop als onkosten worden geboekt?
Antwoord
Publicatie antwoord : B148 · Publicatiedatum : 17/02/2014
De belastbare winst van een vennootschap wordt, behoudens uitdrukkelijke afwijkingen door de fiscale wet, vastgesteld overeenkomstig de regels van het boekhoudrecht.
Aangezien de vraag of bepaalde uitgaven of bestedingen kosten zijn, dan wel of er sprake is van een investering in eerste instantie betrekking heeft op het boekhoudrecht en de fiscale wet ter zake geen afwijkende regels voorziet, ben ik zo vrij het geachte lid te verwijzen naar de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee onder wiens bevoegdheid deze vraag valt (vraag nr. 601 van 17 februari 2014).