Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/ 103 d.d. 04.03.13, blz. 103
- Restaurantdienst
- Levering van spijzen en dranken met beperkte diensten
- Overheersend bestanddeel
- Arrest "Bog"
- Werking in de tijd
VRAAG
In antwoord op mijn schriftelijke vragen nr. 563 van31 augustus 2012 en nr. 466 van 21 juni 2012 bent u van oordeel dat door de terbeschikkingstelling van een gesloten, voor het verbruik ter plaatse (zittend of staand) ingericht een eventueel verwarmde ruimte van de belastingplichtige, het dienstenaspect de overhand heeft en men zodoende te maken heeft met een restaurantdienst(Vragen en Antwoorden, Kamer, 2011-2012, nr. 83,blz. 311 en nr. 77, blz. 30). Dit is ook zo voor de ter beschikkingstelling via automaten van voedingswaren die ter plaatse kunnen genuttigd worden en tevens voor de verkoop van bereide spijzen en dranken in frituren. Evenwel aanvaardt u, teneinde verdere discussies te voorkomen, dat de door automaten ter beschikking gestelde voedingswaren in elke onderstelling moeten worden aangemerkt als een levering van goederen. In het arrest van het Europees Hof van Justitie van10 maart 2011 in de gevoegde zaken C-497/09, C-499/09 ,C501/09 , C-502/09, Manfred Bog, wordt door het Hof gesteld dat moet gekeken worden naar het overheersende bestanddeel van de betrokken verrichting om uit te maken of het ter zake een loutere levering van een goed betreft of een dienstverrichting. Zo stelt het Hof bij het verschaffen van warme voedingswaren: "nu de bereiding van het warme eindproduct zich in wezen beperkt tot eenvoudige, vaste handelingen, die meestal niet op verzoek van een bepaalde klant worden verricht, maar naargelang van dealgemeen verwachte vraag voortdurend of op regelmatige basis, zij evenwel niet het overheersende bestanddeel van de betrokken verrichting uitmaken en kan zij op zich hieraan niet het karakter van een dienstverrichting verlenen". Het Europees Hof maakt dus vrij duidelijk dat het dienstenpakket dat wordt aangeboden overheersend moet zijn om de volledige transactie als een dienstprestatie aan te merken.
1. Kunt u verder verduidelijken waarom bij de voedingsmiddelen die door automaten worden verschaft, u spreekt van "verdere discussies te vermijden"?
2. Is het niet duidelijk dat als er slechts rudimentaire voorzieningen ter beschikking worden gesteld en er geenmenselijke aanwezigheid is vereist, automaten louter goederen leveren, nu en in het verleden?
3. Als het Hof van Justitie een interpretatie geeft aan de btw-richtlijn, geldt die interpretatie dan niet voor de toekomst én voor het verleden, tenzij het Hof de werking in de tijd uitdrukkelijk beperkt vanaf een bepaald tijdstip?
4. Waarom maakt het dienstenpakket het overheersende bestanddeel van de verrichting uit wanneer slechts een gesloten, voor het verbruik ter plaatse ingerichte en eventueel verwarmde ruimte ter beschikking wordt gesteld?
5. Is dit te rijmen met de in bioscopen verschafte voedingswaren die volgens het Europese Hof van Justitie als een levering moet worden aangemerkt?
ANTWOORD
(van de minister van Financiën belast met Ambtenarenzaken)
1. Het ter plaatse verschaffen van spijzen en/of dranken die worden verstrekt door middel van een door een belastingplichtige geëxploiteerde automaat welke geplaatst is ineen gesloten, voor het verbruik ter plaatse (zittend of staand) ingerichte en eventueel verwarmde of gekoelde ruimte van die belastingplichtige, dient in principe te worden aangemerkt als een dienst. Het is evenwel mogelijk dat automaten zich op een plaats bevind en die niet specifiek ingericht is voor het verbruik ter plaatse. Het onderscheid is niet altijd eenvoudig te maken. Bijgevolg aanvaardt de administratie, ter vereenvoudiging ten behoeve van de belastingplichtige dat, wat de toepassing van de btw-tarieven betreft, het verstrekken van spijzen en/of dranken door middel van automaten als een levering wordt aangemerkt, ongeacht de plaats waar die automaten zich bevinden.
2. Volgens de administratie is een gesloten voor het verbruik ter plaatse ingerichte ruimte, die overigens kenmerkend is voor de infrastructuur van een klassiek restaurant, geen rudimentaire voorziening zoals beschreven in het arrest-Manfred Bog. In de in dat arrest beschreven concrete situatie kunnen de verstrekte spijzen immers slechts worden verbruikt in open lucht onder het uitklapbaar dak vaneen snackbar of -wagen op weekmarkten. De administratie is bijgevolg van oordeel dat het verschaffen van spijzen en/of dranken in een gesloten, voor het verbruik ter plaatse (zittend of staand) ingerichte en eventueel verwarmde of gekoelde ruimte van een belastingplichtige, als een restaurantdienst moet worden aangemerkt. In dergelijke omstandigheden heeft het dienstenaspect immers de overhand. Naast de loutere terbeschikkingstelling van de verbruiksruimte op zich, zal de belastingplichtige onder meer ook instaan voor het reinigen en het onderhoud van die ruimte en de aanwezige infrastructuur en voorzieningen. In die zin is er dus weldegelijk een menselijke aanwezigheid en zal het verstrekken van spijzen en/of dranken slechts een onderdeel zijn van het geheel waarin het dienstenaspect de overhand heeft.
3. De leer van het arrest-Bog geldt ook voor het verleden. De belastingplichtige die het traditioneel standpunt van de administratie heeft toegepast en van oordeel is dat hijteveel btw heeft voldaan, heeft in principe, en voor zover er geen verjaring is ingetreden (zie artikelen 82 en 82bisvan het Btw-Wetboek) het recht teruggaaf te vragen van de te veel betaalde btw. Er dient evenwel te worden benadrukt dat, in lijn met vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot ongerechtvaardigde verrijking, de belastingplichtige in voorkomend geval moet kunnen aantonen dat hij de te veel in rekening gebrachte belasting aanzijn klanten heeft terugbetaald.
4. en 5. Het arrest-Bog van 10 maart 2011 heeft betrekking op de kwalificatie in specifieke omstandigheden van de handelingen bestaande uit het verstrekken van bereide spijzen voor onmiddellijke consumptie door de exploitant van bepaalde snackbars, snackwagens of bioscoopfoyers en het verstrekken aan huis van vers bereide spijzen vooronmiddellijke consumptie door een traiteur die een partyservice uitbaat. In de mate dat er in een bioscoop statafels, barkrukken, stoelen en zitbanken aanwezig zijn, staat de terbeschikkingstelling van voornoemd meubilair in de regel los van de verkoop van spijzen en dranken. Het meubilair kan evenzeer dienen als wachtruimte of trefpunt, zonder dat er zelfs sprake is van enige consumptie. Er is dan ook geen sprake van een specifiek voor het verbruik ter plaatse ingerichte ruimte. De administratie zal hoe dan ook binnenkort een uitvoerige commentaar publiceren met betrekking tot de gevolgen van voornoemd arrest.