Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1979 blz. 528
Stortbeton - Dienst - Werk in onroerende staat - Beton - Bekisting van een bouwwerk - Verlegging van de heffing - Onroerend goed
VRAAG
Er schijnt betwisting te ontstaan tussen de beroepsvereniging en uw BTW-administratie, inzake het al dan niet onderworpen zijn aan de BTW-verlegging bij de levering van stortbeton.
ANTWOORD
Kan de geachte Minister mij antwoorden op de volgende vragen:
1. Is de levering van beton in de bekisting, van de opdrachtgever een onroerende werkzaamheid in de geest van de BTW-wetgeving ?
2. Is de levering van stortklare beton niet in bekisting, te beschouwen als onroerende werkzaamheid of welke interpretatie dient hieraan gegeven ?
Antwoord: Mijn administratie heeft er nooit enige twijfel laten over bestaan dat de levering van stortklaar beton in de bekisting van een bouwwerk, een handeling is die bedoeld is in artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals die bepaling werd ingevoerd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1978.
Het stelsel van verlegging van de heffing inzake BTW, dat ingevolge het genoemde artikel 17bis in werking trad op 1 april 1979, is dan ook van toepassing op dergelijke leveringen.
Daarentegen is de bovenvermelde regeling niet van toepassing op de levering van stortklaar beton dat niet rechtstreeks in de bekisting wordt gestort noch anders in een onroerend goed wordt ingelijfd door of voor rekening van de leverancier.