Btw op diensten die verband houden met de invoer van goederen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

580 52 14 april 2010

Zoeken

Btw op diensten die verband houden met de invoer van goederen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/580-btw-diensten-verband-houden-invoer-d5b9

Nummer
580
Zittingsperiode
52
Datum
14 april 2010

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 580 - Zittingsperiode : 52

Auteur : Christian Brotcorne, CDH (01094)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Titel : Btw op diensten die verband houden met de invoer van goederen.

Datum indiening : 14/04/2010

Vraag

1. Klopt het dat sinds 1 januari 2010, het vervoer van goederen tussen twee punten van de Europese Gemeenschap in het kader van de invoer van goederen, in het land van de afnemer van de diensten (als laatstgenoemde niet in hetzelfde land als de dienstverlener gevestigd is) onderworpen is aan de btw, zelfs indien de prijs van het vervoer verrekend is in de maatstaf van heffing voor de btw op de goederen bij invoer?

2. Moet de vervoerder de dienst opnemen in de opgave van de intracommunautaire verrichtingen indien de invoerder bij de btw geïdentificeerd is in de Europese Gemeenschap?

Antwoord

Publicatie antwoord : B106 · Publicatiedatum : 28/05/2010

Het geachte lid beoogt met zijn vraag de situatie waar een dienstverrichter een intracommunautair goederenvervoer (vervoer waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende lidstaten van de Gemeenschap zijn gelegen) verricht voor rekening van een in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, nadat de goederen zijn ingevoerd en ten verbruik zijn aangegeven in de Gemeenschap.

Dergelijke dienstprestatie verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, wordt vanaf 1 januari 2010 geacht plaats te vinden daar waar die belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd (artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek - artikel 44 van Richtlijn 2006/112/EG). Ze wordt dus aan de belasting onderworpen in de lidstaat van de afnemer van de dienst.

In de regel wordt de dienstverrichter aangeduid als schuldenaar van de belasting over de handeling (artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG - cfr. artikel 51, § 1, 1° van het Btw-Wetboek). Nochtans wordt de afnemer aangeduid als de schuldenaar, als de dienstverrichter niet is gevestigd in de lidstaat van de afnemer van de dienst (artikel 196 van Richtlijn 2006/112/EG - cfr. artikel 51, § 2, eerste lid, 1° van het Btw-Wetboek).

Het intracommunautair goederenvervoer geniet echter van de vrijstelling van de btw op voorwaarde dat de waarde ervan is opgenomen in de maatstaf van heffing van de invoer (artikel 144 van Richtlijn 2006/112/EG - cfr. artikel 41, § 1, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek).

Wanneer de dienstverrichter de schuldenaar van de belasting is, brengt deze geen btw in rekening op de factuur die hij uitreikt aan zijn klant.

Wanneer de afnemer de schuldenaar van de belasting is, neemt hij geen verschuldigde btw op in zijn aangifte om van de vrijstelling te genieten. Gelijktijdig neemt de dienstverrichter, als hij in een andere lidstaat van de Gemeenschap is gevestigd, de dienst niet op in zijn btw-opgave van de intracommunautaire handelingen. De problematiek rond de voorwaarden van het niet opnemen van een handeling in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen is reeds uitvoerig aan bod gekomen in het antwoord op vraag nr. 252 van de heer volksvertegenwoordiger François-Xavier de Donnea van 6 januari 2010 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2009-2010, nr. 90, blz. 311), waarnaar ik het geachte lid verwijs.

Tot slot wordt nog opgemerkt dat bij toepassing van artikel 21, § 4, 1° van het Btw-Wetboek en van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57, de plaats van een goederen-vervoerdienst die krachtens artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek in België is gelegen, in afwijking hiervan geacht wordt buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden.

Dit heeft als gevolg dat wanneer het intracommunautair goederenvervoer volgend op de invoer is verricht voor een als zodanig handelende Belgische belastingplichtige en een derde land doorkruist (bijvoorbeeld een goederenvervoer van België naar Italië via Zwitserland), het gedeelte van het vervoer dat materieel in het derde land is verricht, niet plaatsvindt in België, maar wordt gelokaliseerd buiten de Gemeenschap naar verhouding van de afgelegde afstanden.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer

Aangehaalde teksten

8

Administratieve doctrine

1

« … van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, en deze inzake de maatstaf van heffing bij invoer, is reeds uitvoerig aan bod gekomen in het antwoord op de vraag nr. 580 van 14 april 2010 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2009-2010, nr. 106, blz. 21), waarnaar ik het geachte lid verwijs. In tegenstelling evenwel tot hetgeen is vermeld onder de laatste paragraaf van dit antwoord, dient de draagwijdte van de regels inzake de plaatsbepaling te … »

Plaats van de dienst. goederenvervoer. europese richtlijnenParlementaire vraag24.01.2011

Bekijk het document