Opgave van de intracommunautaire handelingen
Sancties
VRAAG
1. Welke sancties zullen er vanaf 1 januari 2010 worden opgelegd aan Belgische belastingplichtigen die in de opgave van de intracommunautaire handelingen aangeven die in de lidstaat van de afnemer zijn vrijgesteld en dus niet vermeld hoefden te worden,
2. a) Welke sancties zullen er vanaf 1 januari 2010 worden opgelegd, indien er in de opgave van de intracommunautaire handelingen geen aangifte wordt gedaan van handelingen die in de lidstaat van de afnemer belastbaar zijn, maar in België wel vrijgesteld zijn van btw? b) Hoe kan een sanctie voor het schenden van een buitenlandse wetgeving gerechtvaardigd worden? c) Zullen uw ambtenaren in kennis gesteld worden van de buitenlandse wetgevingen?
3. Hoe rechtvaardigt men, wat de aangifteverplichtingen met betrekking tot de opgave van de intracommunautaire handelingen betreft, het verschil in behandeling tussen diensten die verleend worden aan in de Europese Unie gevestigde afnemers enerzijds en diensten die verleend worden aan buiten de Unie gevestigde afnemers anderzijds?
ANTWOORD
1. Met ingang van 1 januari 2010, en overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 en de Richtlijn 2008/117/EG van de Raad van 16 december 2008, zal de Belgische belastingplichtige in zijn opgave van de intracommunautaire handelingen de diensten moeten vermelden die hij heeft verricht voor een belastingplichtige van een andere lidstaat, voor zover deze belastingplichtige schuldenaar is van de belasting en deze diensten niet vrijgesteld zijn van de belasting in deze lidstaat. In het geval deze diensten vrijgesteld zijn van de belasting in de lidstaat van de afnemer, en dat ongeacht de reden, zullen ze niet mogen opgenomen worden in de opgave van de intracommunautaire handelingen van de Belgische dienstverrichter. De dienstverrichter is ertoe gehouden het fiscaal statuut te kennen van de handeling in de betrokken lidstaat waar hij die handeling verricht. De Belgische belastingplichtige dient derhalve zich te vergewissen van het statuut van de verrichte handeling in de lidstaat van de afnemer (bijvoorbeeld bij de autoriteiten van deze lidstaat, bij een fiscaal raadgever, bij zijn klant,...), teneinde de aan te brengen factuurvermeldingen te kennen, te bepalen in welk rooster van de periodieke aangifte deze handeling moet worden opgenomen, en of deze handeling al dan niet moet opgenomen worden in zijn opgave van de intracommunautaire handelingen. Indien de Belgische dienstverrichter te goeder trouw is en kan aantonen dat hij de nodige stappen heeft ondernomen om te bepalen of de verrichte handeling vrijgesteld is in de andere lidstaat en voor zover blijkt dat hij absoluut niet was ingelicht van een eventuele vrijstelling, zal de Belgische administratie hem geen boete opleggen wegens het opnemen van een vrijgestelde dienst in zijn intracommunautaire opgave.
2. a) b) en c) en 3. De opgave van de intracommunautaire handelingen is een Europees controle-instrument inzake de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde en beoogt derhalve uitsluitend de handelingen verricht tussen de belastingplichtigen gevestigd in de verschillende lidstaten van de Europese Unie. De verplichting voor de Belgische dienstverrichter om in zijn opgave van de intracommunautaire handelingen de diensten te vermelden die hij heeft verricht voor een belastingplichtige van een andere lidstaat, voor zover deze belastingplichtige schuldenaar is van de belasting en deze diensten niet vrijgesteld zijn van de belasting in deze lidstaat, is een maatregel die voortvloeit uit de voornoemde Richt-lijn 2008/117/EG. Het betreft een maatregel in de strijd tegen de fraude die de lidstaten aanzienlijke belastingontvangsten doet mislopen en die de economische activiteit binnen de interne markt verstoort. De mededeling aan een lidstaat van de gegevens met betrekking tot de diensten verricht door belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat aan belastingplichtigen gevestigd op zijn grondgebied, maakt het deze lidstaat inderdaad mogelijk zich ervan te verzekeren dat de btw over de betrokken handelingen wel degelijk werd voldaan door de afnemers van de diensten. Deze maatregel in de strijd tegen de fraude is omgezet in Belgisch recht met als datum van inwerkingtreding 1 januari 2010, en het niet opnemen in de intra-communautaire opgave door de Belgische belastingplichtige van een dienst waarvoor hij niet in kennis werd gesteld van het bestaan van een vrijstelling in de lidstaat van de afnemer, zal door de administratie worden gesanctioneerd overeenkomstig de Belgische wetgeving en reglementering terzake. Het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde wordt bijgevolg momenteel aangepast met het oog op de vaststelling van de toepasselijke boeten in deze materie. De vraag van het geachte Lid ter zake is bijgevolg voorbarig. In geval van twijfel omtrent de vrijstelling van een dienst in een andere lidstaat, heeft de administratie altijd de mogelijkheid om zich terzake te informeren bij de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat.