Intracommunautaire leveringen van goederen. Bewijs van vrijstelling door de verkoper · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

574 24 september 1996

Zoeken

Intracommunautaire leveringen van goederen. Bewijs van vrijstelling door de verkoperIntracommunautaire leveringen van goederen. Bewijs van vrijstelling door de verkoper.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/574-intracommunautaire-leveringen-goederen-bewijs-vrijstelling-f818

Nummer
574
Datum
24 september 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1996-1997, nr. 55, blz. 7384-7385

BTW-Revue nr. 124, blz. 1015

Intracommunautaire leveringen van goederen - Bewijs van vrijstelling door de verkoper.

VRAAG

Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de verkoper, om van de vrijstelling van BTW voorzien in artikel 39bis van het BTW-wetboek te kunnen genieten, te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt. Die stukken welke onder meer bestaan uit de contracten, de bestelbons, de vervoersdocumenten en de belastingstukken moeten op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren worden voorgelegd. Ondanks deze bepaling is in veel gevallen niet duidelijk welke stukken precies vereist zijn, en hangt het dus van af of de bevoegde ambtenaren deze stukken aanvaarden. Soms ontbreken bepaalde stukken door omstandigheden waar de verkoper weinig vat op heeft.

Voor heel wat bedrijven is het daardoor soms zeer moeilijk om - sinds het openstellen van de grenzen binnen de Europese Unie - te kunnen bewijzen dat ze goederen of diensten hebben uitgevoerd. Het gevolg is dat de Bijzondere Belastinginspectie hen, meestal ten onrechte, verdenkt van BTW-fraude.

Welke bewijsstukken moet een onderneming voorleggen om zeker te kunnen bewijzen dat er goederen of diensten werden uitgevoerd ?

ANTWOORD

De vraag die het geacht lid stelt werd reeds uitvoerig behandeld naar aanleiding van vraag nr. 248 van de heer volksvertegenwoordiger Fournaux van 23 januari 1996 (Vragen en Antwoorden, Kamer, GZ 1995-1996, nr. 26, 18 maart 1996, blz. 3019-3023). Aangezien de aangehaalde problematiek dezelfde is, ben ik zo vrij het geacht lid te verwijzen naar bovengenoemd antwoord.

Verder wens ik het geacht lid erop te wijzen dat de vrijstelling van artikel 39bis van het BTW-wetboek enkel toepasselijk is op de intracommunautaire leveringen van goederen en niet op de dienstverrichtingen.

Indien het geacht lid niettemin een concreet geval beoogt, zal ik niet nalaten dit te doen onderzoeken voor zover mij daartoe de nodige gegevens worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 39bis2 voorkomens
KB nr. 52 art. 31 voorkomen