Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 66, blz. 6134-6135
BTW. - Openbare instellingen. - OCMW.
VRAAG
Volgens artikel 6, tweede lid, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde zijn de openbare instellingen geen belastingplichtigen. Aangezien OCMW-ziekenhuizen onder die regeling vallen heeft dat meermaals tot gevolg dat zij in concurrentie treden met privé-ondernemingen.
Zo kan een OCMW-ziekenhuis voor de oprichting van een industriële wasserij subsidies ontvangen en zonder BTW verschuldigd te zijn de diensten van die wasserij aanbieden aan de OCMW-ziekenhuizen van de omliggende gemeenten.
Omwille van de subsidiëring en omwille van het niet verschuldigd zijn van BTW hebben privé-wasserijen geen enkele kans meer om contracten af te sluiten met die ziekenhuizen.
1. Heeft het feit dat OCMW-instellingen geen BTW verschuldigd zijn op door hun verleende diensten geen concurrentievervalsing tot gevolg ten aanzien van privé-ondernemingen die gelijkaardige diensten verlenen ?
2. Heeft u die concurrentievervalsing al kunnen vaststellen en zo ja, wat is de omvang ?
3. Moet het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970, dat de opsomming geeft van uitzonderingen op het bepaalde in artikel 6 , eerste lid, van het BTW-wetboek, niet worden uitgebreid tot andere activiteiten met een winstgevend karakter ?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het BTW-wetboek worden de Staat, de gemeenschappen en de gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.
Evenwel worden voornoemde rechtspersonen voor bedoelde werkzaamheden of handelingen als belastingplichtige aangemerkt voor zover een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.
Indien er in het geval van de OCMW-ziekenhuizen ten aanzien van het verstrekken van diensten als wasserij inderdaad sprake zou zijn van concurrentieverstoring van enige betekenis dan zou het door het geacht lid genoemde koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, in die zin moeten worden uitgebreid.
Tot op heden zijn mij evenwel geen dergelijke gevallen van concurrentieverstoring bekendgemaakt. Uiteraard mag in dat verband niet uit het oog worden verloren dat een OCMW-ziekenhuis voor de uitbating van een industriële wasserij, in tegenstelling tot een privé-wasserij, geen recht op aftrek van de voorbelasting heeft. Anderzijds kunnen op het eerste gezicht de aan de beoogde OCMW-wasserij in voorkomend geval verleende subsidies een element van concurrentieverstoring vormen waaraan de BTW vreemd blijft.
Daar het mij voorkomt dat het geacht lid een of meer concrete gevallen beoogt, wil ik u verzoeken mij die kenbaar te maken zodat ter zake een grondig onderzoek kan worden ingesteld naar de noodzaak om het koninklijk besluit nr. 26 aan te passen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.