Mondelinge parlementaire vraag nr. 55002899C van de heer Steven Matheï d.d. 04.02.2020
Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2019-2020, CRIV 55 COM 100 d.d. 04.02.2020, blz. 47
De btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen
Steven Matheï: Mijnheer de minister, sinds 2016 wordt er btw geheven op esthetische operaties. Die wetgeving was het voorwerp van een vordering bij het Grondwettelijk Hof. Op 5 december volgde de vernietiging ervan.
Het Grondwettelijk Hof stelde dat wanneer men spreekt over een btwplicht voor esthetische operaties, er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen artsen en niet-artsen en dat het wel of niet opgenomen zijn in de RIZIV-nomenclatuur irrelevant is.
Er is op het terrein heel wat onduidelijkheid, zowel bij de artsen en bij anderen die esthetische operaties uitvoeren als bij de ziekenhuizen, die soms de btw-formaliteiten afhandelen voor de artsen.
Ik heb u hier al over ondervraagd op 12 november in de plenaire vergadering. U hebt toen aangekondigd dat er begin januari een communicatie zou volgen die zou verduidelijken hoe er op het terrein met deze situatie moet worden omgegaan.
Ten eerste, is het al duidelijk wat die communicatie inhoudt?
Ten tweede, kunt u verduidelijken wat de concrete gevolgen op het terrein zijn?
De derde vraag is toch belangrijk. Er zal door de administratie uitgemaakt moeten worden of een handeling wel of niet esthetisch is. Hoe zal zij dit vaststellen? Daarvoor moet zij immers de medische gegevens van de patiënten inkijken, en dat is in strijd met de privacyregels en het patiëntenrecht.
Minister Alexander De Croo: Mijnheer Matheï, in antwoord op uw eerste vraag kan ik verwijzen naar de mededeling die op 17 januari 2020 werd gepubliceerd.
Dan kom ik aan uw tweede vraag. Zoals ik u reeds antwoordde, dient ingevolge dit arrest het Btw-Wetboek te worden gewijzigd. In afwachting van een parlementair initiatief kunnen betrokken beroepsbeoefenaars en instellingen zich reeds beroepen op de gevolgen van het arrest, wat een behandeling betreft die ze verrichtten op 1 oktober 2019. De administratie zal de toepassing van het arrest evenwel niet eisen, in afwachting van een afwijzing van bedoelde wettelijke bepalingen.
Dan kom ik aan uw laatste vraag. Rekening houdend met het medisch beroepsgeheim zal bij controlewerkzaamheden bij belastingplichtigen de identiteit van de patiënt steeds verborgen blijven voor de administratie. Bijgevolg zal de administratie zich in dit verband niet richten tot de patiënt zelf.
Een laatste element is dat ik plan om eind februari met een wetsontwerp te komen.