Btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

378 26 mei 2020

Zoeken

Btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/378-btw-vrijstelling-esthetische-ingrepen-steven-5015

Nummer
378
Datum
26 mei 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 378 van de heer Steven Matheï d.d. 26.05.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/022 d.d. 02.07.2020, blz. 159

Vraag nr. 378 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 26 mei 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen.

VRAAG

Het Grondwettelijk Hof vernietigt in het arrest van 5 december 2019 een aantal bepalingen van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht. Deze hebben onder andere betrekking op de btw-heffing bij esthetische ingrepen en zijn van kracht vanaf 1 oktober 2019.

Zo werd geoordeeld dat behandelingen en ingrepen met een esthetisch karakter btw-plichtig zijn wanneer ze geen enkel therapeutisch doel hebben en dat zowel voor artsen als niet-artsen. Het feit of een behandeling al dan niet in de nomenclatuur van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is opgenomen, is niet relevant.

Uiteraard zorgt dit arrest voor heel wat vragen en onwetendheid bij ziekenhuizen, medische en paramedische beroepen.

In uw antwoord op mijn mondelinge vraag nr. 55002899C in de commissie Financiën van 4 februari 2020, gaf u aan dat ingevolge van het arrest het Btw-wetboek dient gewijzigd te worden en u met een wetsontwerp zou komen (Integraal Verslag, Kamer, 2019-2020, CRIV 55 COM 100).

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het wetsontwerp dat duidelijkheid moet geven over de btw-heffing voor esthetische ingrepen?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 02.07.2020:

Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2019 heeft verschillende aspecten van de bepalingen van artikel 44, § 1 en 2, van het Btw-Wetboek inzake de vrijstelling met betrekking tot medische verzorging vernietigd.

Ik heb inderdaad aangekondigd dat het Btw-Wetboek ingevolge dit arrest moet worden gewijzigd.

Er werd een voorontwerp van wet opgesteld dat ertoe strekt de bedoelde bepalingen van het Btw-Wetboek aan te passen. De bedoeling is om tegemoet te komen aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof en om deze bepalingen in overeenstemming te brengen met de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie ter zake, die grotendeels de rechtsgrondslag vormde van het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof.

Dit voorontwerp van wet is voor advies voorgelegd aan de Raad van State die in beginsel uiterlijk op 18 juni 2020 advies moet verstrekken.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen