Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 219, blz. 16-18
Groenestroomcertificaten - Btw - Personenbelasting
VRAAG
Bij besluit van 26 februari 2008 heeft de centrale btw-administratie de toepassing van de btw op de overdracht van en de handel in groenestroomcertificaten herzien. De administratie komt daarmee terug op haar besluit van 28 februari 2006 dat bepaalde dat groenestroomcertificaten worden beschouwd als verhandelbare effecten zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 10°, van het btw-Wetboek.
De administratie beschouwt de aan die certificaten verbonden rechten voortaan als licentierechten. Het is dus fout deze certificaten te beschouwen als verhandelbare effecten zoals bedoeld voor de vrijstelling in het voornoemde artikel.
De overdracht van groenestroomcertificaten wordt beschouwd als een dienstverlening, zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 7°, van het btw- Wetboek, en is onderworpen aan het normale btw-tarief wanneer die dienstverlening in België gebeurt. Dat besluit maakt echter niet duidelijk wat de invloed is van deze gewijzigde beslissing op de situatie van de particulieren.
Wat zijn de gevolgen van de wijziging die door de administratie werd doorgevoerd?
Als natuurlijke personen die certificaten verkopen, zouden worden belast, kan u dan bevestigen of er naar artikel 56 van het btw-Wetboek moet worden verwezen? Dat bepaalt immers dat belastingplichtigen wier jaaromzet tijdens dat kalenderjaar niet hoger is dan 5.580 euro, zich niet voor btw-doeleinden moeten laten identificeren.
Natuurlijke personen die groenestroomcertificaten verwerven en doorverkopen, doen dat niet in het kader van een beroepsactiviteit. De opbrengsten van die verkoop kunnen dan ook niet als beroepsinkomsten worden geherkwalificeerd. Kan men ze gelijkstellen met de diverse inkomsten die zijn vastgelegd in artikel 90 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen of gaat het hier om verrichtingen van normaal beheer van privévermogen?
Volgens sommige bronnen is de administratie veeleer geneigd die operaties te beschouwen als verrichtingen van normaal beheer van privévermogen, waardoor ze niet belastbaar zouden zijn.
Kan u die interpretatie van de administratie bevestigen?
De overheid stelt momenteel alles in het werk om onze medeburgers ertoe aan te moedigen energie te besparen. Zou het dan ook niet gepast zijn een specifiek statuut voor de opbrengsten van dergelijke verkoop te ontwikkelen teneinde de fiscale druk niet te verhogen?
ANTWOORD
(van de heer Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen)
Btw-matig is er geen enkel gevolg voor de situatie van de particulier of de bedrijven voor elektriciteitsdistributie wanneer de elektriciteitsproductie beperkt blijft tot hun persoonlijk verbruik. Wanneer particulieren die over een productie-installatie beschikken, gewoonlijk het stroomoverschot verkopen, handelen ze in het kader van een economische activiteit en verwerven ze de hoedanigheid van btw-plichtige.
Die verkoop van elektriciteit en de groenestroomcertificaten zijn onderworpen aan de belasting, onder voorbehoud van de vrijstellingsregeling, bepaald bij artikel 56, § 2 van het btw-wetboek, wanneer hun omzet niet meer bedraagt dan 5.580 euro per kalenderjaar. De toepassing van de btw heeft geen verdere impact gelet op het aftrekrecht in hoofde van de bedrijven die groenestroomcertificaten verwerven. De interpretatie zorgt niet voor problemen wat de btw betreft.
Wat de personenbelasting betreft, worden de inkomsten uit de verkoop van de groenestroomcertificaten, verworven door privéleveranciers van groene stroom, niet beschouwd als belastbare inkomsten, voor zover die energie geproduceerd wordt door installaties die uitsluitend in de privésfeer gebruikt worden.