Vragen en Antwoorden 2011-2012, nr. 78 van 27.08.2012, blz. 60 en nr. 81 d.d. 17.09.2012, blz. 54
Vrijstellingsregeling
Kleine ondernemingen
Drempel
Vraag
Via verschillende media vernamen wij dat u bij de Europese beleidsmakers zou bepleiten om het plafond voor de vrijstelling van de btw-plicht voor kleine verenigingen op te trekken van 5.580 euro tot 25.000 euro, het Europese gemiddelde.
1. a) Wat is de stand van zaken in dit dossier?
b) Heeft u zicht op de timing?
c) Wanneer zal deze verandering in voege treden?
2. Welke verenigingen vallen precies in de categorie "kleine verenigingen"?
2. a) Over welke handelingen gaat het hier?
b) Worden er bepaalde handelingen uitgesloten?
Dank bij voorbaat voor uw antwoord.
Antwoord
(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken )
1. Overeenkomstig artikel 395, lid 2 van de richtlijn 2006/112/EG heeft België op 6 juni 2012 een aanvraag ingediend bij de Europese Commissie om het bedrag van de vrijstellingsdrempel van de btw voor de kleine ondernemingen te verhogen. België wenst een datum van inwerkingtreding op 1 januari 2013. De procedure moet volgens de Europese regelgeving in ieder geval voltooid zijn ten laatste binnen de acht maanden na ontvangst van het verzoek.
2. en 3.
Als kleine onderneming voor de toepassing van artikel 56, § 2, van het (BTW-)Wetboek worden momenteel alle belastingplichtigen aangemerkt, met uitzondering van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2 van het Wetboek, die handelingen verrichten die niet uitdrukkelijk zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting en waarvan de jaaromzet niet meer bedraagt dan 5.580 euro. Op grond van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992 is de vrijstellingsregeling niet van toepassing op: i. de handelingen bedoeld in artikel 8 van het Wetboek, te weten de overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de btw evenals op de vestiging, de overdracht of de wederoverdracht van zakelijke rechten andere dan de eigendom op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek; ii. de handelingen bedoeld in artikel 8bis van het Wetboek, dit wil zeggen de toevallige leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen onder de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek; iii. de handelingen bestaande uit werk in onroerende staat zoals bedoeld in artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek en de ermee gelijkgestelde handelingen opgesomd in artikel 20, § 2, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992; iv. de handelingen bedoeld in artikel 57 van het Wetboek verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling; v. de handelingen bedoeld in artikel 58, § 1, van het Wetboek, dit wil zeggen de leveringen van tabaksfabrikaten en gelijkgestelden, waarvoor de belasting wordt voldaan op hetzelfde tijdstip en op dezelfde wijze als de accijns; vi. de handelingen bedoeld in artikel 58, § 2, van het Wetboek, dit wil zeggen de leveringen door vissers van hun vangst (vis, schaal-, schelp- en weekdieren) die rechtstreeks van het vissersvaartuig worden aangevoerd om openbaar bij opbod te worden verkocht in de gemeentelijke vismijn van de aanvoerhaven; vii. de handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is in België en die verricht worden door belastingplichtigen die niet in België zijn gevestigd. De verhoging van de vrijstellingsdrempel waarvan sprake in punt 1, heeft geen invloed op de hiervoor opgesomde uitzonderingen.