Vr. en Antw., Kamer
Boeten wegens onregelmatigheden of vergissingen
VRAAG
1° Er werd mij meegedeeld dat de controlediensten van de BTW boeten toepassen op onregelmatigheden die voor enige tussenkomst van de controlediensten spontaan door de belastingplichtigen worden geregulariseerd.
2° Ook werd mij gesignaleerd dat inzake aftrek van BTW door de belastingplichtige er geen schuldvergelijking door de Staat wordt geaccepteerd wanneer de controleur vaststelt dat een belastingplichtige zich zowel te zijnen voordele als te zijn en nadele heeft vergist. Dit zou betekenen dat een belastingplichtige die in dezelfde afrekening bv. op een post 5000 fr. te veel aftrekt en op een andere 6000 fr. te min, een boete oploopt ten bedrage van 10% op 5000 fr. en zijn vordering van 6000 fr. verwezen ziet naar de afrekening van het volgend kwartaal, vak 32.
Het ware mij aangenaam van de heer Minister te vernemen, van beide gevallen, welke zijn zienswijze is in deze materie.
ANTWOORD
1° Om te oordelen of de door een belastingplichtige opgelopen boeten geheel of gedeeltelijk kunnen worden verminderd (z. art. 84, lid 2, van het BTW-Wetboek ), neemt de administratie de verschillende aspecten van het geval in overweging. Het feit dat de regularisatie voor de tussenkomst van de controlediensten heeft plaatsgehad is een element van beoordeling, doch niet het enige; men moet inderdaad vermijden dat dit procédé stelselmatig wordt toegepast om de betaling van de belasting uit te stellen.
Daarenboven past het op te merken dat indien een belasting, die op een bepaald ogenblik opeisbaar is, niet in de voorgeschreven aangifte werd opgenomen, de latere zelfs volledig spontane regularisatie steeds aanleiding geeft tot betaling van nalatigheidsinteresten (z. art. 91, van het BTW-Wetboek) en dat het niet mogelijk is kwijtschelding van deze interesten te verlenen.
2° Wanneer een ambtenaar van de administratie tijdens zijn controleverrichtingen vaststelt dat door zekere handelingen een overdreven aftrek werd toegepast, gaat hij tot de passende regularisatie over wat de rechten, de boeten en de interesten betreft. De omstandigheid dat de belastingplichtige de aftrek van andere belastingen ter zake van inkopen niet zou hebben toegepast, doet niets af van het bestaan van de overtreding. De belastingplichtige is overigens niet verplicht het recht op aftrek van de belasting uit te oefenen in de eerste aangifte die hij indient na de ontvangst van het bescheid dat van de toepassing van de belasting laat blijken, hij kan dat inderdaad nog doen in een van de aangiften die hij indient binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop het recht op aftrek is ontstaan (z. art. 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969).
Hiermee rekening houdend kan ik niet aanvaarden dat, wanneer dergelijke gevallen zich voordoen voor de berekening van de boete het verschil zou moeten gemaakt worden tussen de ten onrechte in aftrek gebrachte belasting en deze die nog niet in aftrek werd gebracht.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.