Parlementaire vraag nr. 52 van de heer Yves Leterme d.d. 16.09.1999
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2001-2002, QRVA 50/127 d.d. 02.07.2002, blz. 15963
Gebruik in België door Belgen van in het buitenland ingeschreven voertuigen. - Arrest Hof van Cassatie van 19 mei 1999
VRAAG
In een arrest van 19 mei 1999 stelt het Hof van Cassatie dat elke wagen die door een Belgische inwoner op Belgisch grondgebied op de openbare weg wordt gebracht voorafgaandelijk in België moet ingeschreven zijn.
Het op de openbare weg brengen in ons land van niet in België ingeschreven wagens kan enkel gebeuren door niet-inwoners die hun in het buitenland ingeschreven wagen voor een korte periode in ons land gebruiken.
Dit arrest druist in tegen een wijd verspreide praktijk die onder meer de inschrijving in Luxemburg van door Belgische inwoners in België op de openbare weg gebrachte wagens betreft.
Onder meer in het kader van de regelgeving inzake de belasting op de toegevoegde waarde (BTW) heeft uw administratie het gebruik door een Belgische inwoner van een wagen eigendom van zijn of haar buitenlandse werkgever en dus ingeschreven in het land van bedoelde werkgever erkend.
1. Geeft het arrest waarvan hierboven sprake aanleiding tot een wijziging in de houding van uw administratie bij de toepassing, controle en handhaving van de wetgevingen inzake de belasting op de inverkeerstelling (BIV), de verkeersbelasting en de belasting op de toegevoegde waarde (BTW)?
2. Wat zijn de instructies aan uw administratie gegeven met het oog op de toepassing van de draagwijdte van het hierboven vermelde arrest?
ANTWOORD
(van de Minister van Financiën)
Het arrest van het Hof van Cassatie van 19 mei 1999 heeft de verplichting tot inschrijving van motorvoertuigen onder Belgische nummerplaat door in het land residerende personen opnieuw bevestigd.
Krachtens het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen die het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende de reglementering van de inschrijving van de motorvoertuigen en de aanhangwagens volledig heeft vervangen, moeten personen die in België verblijven in principe de voertuigen die zij wensen in België in het verkeer te brengen in het repertorium van de voertuigen bij het bestuur van wegverkeer en infrastructuur van het federale ministerie van Verkeer en Infrastructuur inschrijven zelfs indien deze voertuigen reeds in het buitenland zijn ingeschreven.
Voor een eventueel verband tussen het voormelde arrest en de nieuwe wetgeving, verwijs ik u door naar mijn collega van Verkeerswezen die bevoegd is in deze materie.
Wat de fiscale gevolgen van dit arrest betreft, dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen, enerzijds, de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en, anderzijds, de belasting op inverkeerstelling en de verkeersbelasting.
Wat de BTW en de invoerrechten betreft, is het toegestaan op grond van de artikelen 717 tot 719 van de verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 dat een fysiek persoon, gevestigd binnen de Gemeenschap en tewerkgesteld door een persoon die buiten dit gebied gevestigd is, een voertuig, dat toebehoort aan laatstgenoemde persoon mag invoeren onder de regeling van tijdelijke invoer en dit voertuig, voor de uitoefening van een bezoldigde activiteit andere dan deze voorzien voor commerciële doeleinden, mag gebruiken. Dergelijk voertuig mag eveneens voor privé-doeleinden worden gebruikt wanneer dit gebruik bijkomstig en occasioneel is en wanneer dit werd overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.
Een regeling gelijkaardig aan deze voor tijdelijke invoer is voorzien voor het vervoermiddel dat ter beschikking wordt gesteld van een Belgisch ingezetene door zijn in een andere Lidstaat gevestigde werkgever. Overeenkomstig de beschikkingen van de artikelen 12bis, tweede lid, 7° en 25quater, tweede lid, van het BTW-Wetboek, wordt de bestemming van het voertuig in deze omstandigheden niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel en derhalve niet aan de BTW onderworpen in België. Deze regeling wordt toegelicht in de aanschrijving nr. 9 van 13 juni 1995, die ondertussen werd vervangen door de aanschrijving nr. 1 van 3 mei 2000.
Ik ben zo vrij het geachte lid te verwijzen naar het gedetailleerde antwoord op de vraag nr. 1066 van de heer Duquesne van 1 oktober 1997 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1997-1998, nr. 134, blz. 18573-18576) wat de toepassingsvoorwaarden betreft van deze regeling die gelijkaardig zijn aan deze geldig inzake de tijdelijke invoer.
De eventuele wijzigingen aan de reglementering inzake de inschrijving van voertuigen oefenen bijgevolg geen enkele invloed uit op de toepasselijke regeling inzake BTW in de door het geachte lid bedoelde situatie. De bijzondere regeling van voormelde aanschrijving nr. 9 van 13 juni 1995, zoals aangepast door de bepalingen van de aanschrijving nr. 1 van 3 mei 2000, blijft van toepassing.
Wat betreft de verkeersbelasting op de autovoertuigen (VB), evenals de aanvullende verkeersbelasting (AVB) op de autovoertuigen uitgerust met een LPG-installatie en de accijnscompenserende belasting (ACOB) geheven op de voertuigen uitgerust met een dieselmotor en de belasting op de inverkeerstelling (BIV), had het voormeld arrest vóór de inwerkingtreding van het nieuwe koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen op 1 oktober 2001, bij toepassing, controle en handhaving van de desbetreffende wetgevingen als dusdanig geen impact.
Eerst en vooral moet worden opgemerkt dat de VB, de AVB en de ACOB op de in het buitenland ingeschreven voertuigen die in België door Belgische verblijfhouders worden gebruikt van de Belgische verblijfhouders kan worden gevorderd - eventuele wettelijke vrijstellingen niet in acht genomen - op basis van de artikelen 3 en 6 van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (WIGB), die respectievelijk luiden als volgt:
«Artikel 3. Een belasting wordt geheven op de stoom- of motorvoertuigen dienende hetzij tot het vervoer van personen, hetzij tot het vervoer van goederen of van om het even welke voorwerpen over de wegen.
Artikel 6. Is de belasting schuldig al wie een of meer van de in artikelen 3 en 4 genoemde voertuigen aanwendt tot eigen gebruik of het persoonlijk bezit van hetzij door huur of anderen overeenkomst, bestendig of gewoonlijk daarover beschikt.»
Enkel voor de belasting op de inverkeerstelling (BIV), slechts van toepassing op de personenwagens, auto's voor dubbel gebruik, minibussen of motorfietsen, was geen enkele wettelijke basis voorhanden om de belasting met betrekking tot de regelmatig in het buitenland ingeschreven voertuigen te vorderen.
De door het arrest en nadien door de gewijzigde wetgeving opgelegde verplichting tot inschrijving onder een gewone Belgische nummerplaat van in het buitenland ingeschreven voertuigen in België gebruikt door Belgische verblijfhouders heeft tot gevolg dat de voertuigen in kwestie, indien ze tot de hiervoor geciteerde categorieën behoren, in het systeem van de automatische inning zullen worden belast en dat tevens de BIV zal worden gevorderd.
Alle personen die zich, gelet op voormeld arrest, in een onwettige situatie bevonden, werden uitgenodigd zich zo spoedig mogelijk in regel te stellen op het vlak van de inschrijving van hun voertuigen. Om dit te kunnen bewerkstelligen moesten zij zich dan ook zo vlug mogelijk tot het dichtstbijgelegen bevoegd douanekantoor wenden om een vignet 705 te kunnen bekomen dat onontbeerlijk is voor de inschrijving van hun voertuig. Aan de betrokken diensten van mijn departement werden de nodige instructies verstrekt, inzonderheid om de belastingplichtigen op adequate manier over hun fiscale verplichtingen te kunnen inlichten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.