Bevestiging geldigheid BTW-identificatienummers. Duitse belastingplichtigen. Bewijs van vrijstelling door de verkoper · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

512 19 juli 1996

Zoeken

Bevestiging geldigheid BTW-identificatienummers. Duitse belastingplichtigen. Bewijs van vrijstelling door de verkoperBevestiging geldigheid BTW-identificatienummers. Duitse belastingplichtigen. Bewijs van vrijstelling door de verkoper.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/512-bevestiging-geldigheid-btw-identificatienummers-duitse-4a7e

Nummer
512
Datum
19 juli 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

28 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 48, blz. 6627-6629

BTW-Revue nr. 124, blz. 992

Bevestiging geldigheid BTW-identificatienummers - Duitse belastingplichtigen - Bewijs van vrijstelling door de verkoper.

VRAAG

In Duitsland bestaan drie soorten BTW-nummers:

•nummers, uitgereikt door de nationale overheid en erkend en gekend op Europees niveau;

•nummers, uitgereikt door de nationale overheid maar niet Europees erkend en gekend;

•nummers, door deelstaten uitgereikt.

Bij transacties tussen Belgische zelfstandigen en Duitse zelfstandigen, die alleen beschikken over één van de twee laatste BTW-nummers, doen zich enkele moeilijkheden voor. Facturen opgemaakt door de Belgische handelaar met vermelding van één van die nummers worden door de BTW-diensten van België niet aanvaard en worden beschouwd als verkoop aan particulieren. Door die weigering zijn die handelaars verplicht de BTW op de facturen hier in België te betalen alhoewel zij dit bedrag niet ontvangen hebben van de Duitse koper. Het is ook niet mogelijk dit bedrag te recupereren van de Duitse zelfstandige die zijn BTW in zijn land betaalt.

1. Welke mogelijkheden heeft die zelfstandige om die zaak in orde te brengen ?

2. Zijn op Europees niveau hierover onderhandelingen gevoerd om tot een oplossing of tot een overeenkomst met Duitsland te komen ?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 22.1.c) van de zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (77/388/EEG), dienen de lidstaten van de EU in de regel de nodige maatregelen te treffen voor de identificatie onder een individueel nummer van onder meer iedere BTW-belastingplichtige die in het binnenland leveringen van goederen of diensten verricht die recht op aftrek doen ontstaan.

In de Bondsrepubliek Duitsland worden dergelijke BTW-identificatienummers (genoemd:"Umsatzsteuer-Identifikationsnummer" of afgekort "UstIdNr.") toegekend aan ondernemingen, en bepaalde andere personen, die deelnemen aan het intracommunautair goederen- en dienstenverkeer. De nummers worden in principe enkel op aanvraag toegekend (zie § 27 a) van de Duitse "Umsatzsteuergesetz").

Deze nummers worden uitsluitend toegekend door de federale "Bundesamt für Finanzen" (Aussenstelle, Industriestrasse 6, 66738 Saarlouis) en beginnen met de landencode DE die wordt gevolgd door een blok van 9 cijfers: "DE999999999". Het Duitse "Ust-IdNr." bevat bijgevolg 11 posities.

Daarnaast beschikken Duitse belastingplichtigen over één of eventueel meerdere, gewone binnenlandse algemene belastingnummers. Dergelijk nationaal nummer wordt "Steuernummer" genaamd. Het wordt toegekend door het bevoegde "Finanzamt" van de Duitse deelstaten (Länder).

Enkel de opgave van zijn bovengenoemd "UstIdNr." door de Duitse koper, biedt de Belgische belastingplichtige-leverancier de mogelijkheid om intracommunautaire leveringen te verrichten aan deze koper, met vrijstelling van de Belgische BTW.

Immers één van de toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling vervat in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-wetboek bestaat erin dat de levering door de Belgische belastingplichtige moet worden verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.

Op de Belgische leverancier die voornoemde vrijstelling wenst in te roepen, rust derhalve de bewijslast om aan te tonen dat de levering werd verricht aan een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor de belasting over de toegevoegde waarde is geïdentificeerd in een andere lidstaat.

Indien de Belgische leverancier een levering verricht aan een Duitse medecontractant die hem alleen diens nationaal nummer heeft medegedeeld kan de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-wetboek niet worden ingeroepen. Hij dient bijgevolg de BTW in België in rekening te brengen aan zijn koper en deze bovendien te verzoeken zijn "UstIdNr." mede te delen of, zo hij er nog geen bezit, dit nummer aan te vragen bij bovengenoemde in de Bondsrepubliek Duitsland bevoegde instantie.

Zodra de Belgische leverancier in bezit is van dit "Ust-IdNr." van de Duitse koper kan eerstgenoemde:

•vooreerst, de geldigheid van dit nummer nagaan bij de Centrale Eenheid voor administratieve samenwerking met de andere EEG-lidstaten op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (RAC-Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39, 1010 Brussel, tel.: 02/210 29 58 - fax: 02/ 210 29 20);

•en vervolgens, indien het nummer geldig is, op grond van artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-wetboek, teruggaaf verkrijgen van de BTW die ter zake van de vrijgestelde levering werd voldaan, voor zover de overige voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-wetboek vervuld zijn.

In geval van twijfel kunnen de Belgische leveranciers aan de Duitse afnemer tevens een kopie vragen van het "Ust-IdNr."-certificaat uitgereikt door het federale "Bundesamt für Finanzen" en niet door een lokaal belastingkantoor.

Hetzelfde geldt mutatis mutandis bij de bepaling van de plaats van bepaalde intracommunautaire diensten, wanneer deze wordt bepaald op basis van het BTW-identificatienummer van een Duitse afnemer.

In de bovengenoemde gevallen, waarbij het BTW-identificatienummer van de koper of afnemer van belang is voor de toepassing van de BTW-wetgeving, moet dit nummer eveneens op de factuur worden vermeld (art. 5, § 1, 4°, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde). In het geval van vrijgestelde intracommunautaire leveringen of daarmee gelijkgestelde handelingen zal het nummer ook in de opgave van de intracommunautaire handelingen moeten voorkomen (art. 22, lid 6, b), van bovengenoemde zesde BTW-Richtlijn (77/388/EEG); art. 53sexies, § 1, van het Belgische BTW-wetboek).

Tot op heden zijn er geen onderhandelingen op Europees vlak gevoerd om de door het geacht lid aangehaalde problematiek op te lossen.

Indien het geacht lid niettemin een concreet geval beoogt, zal ik niet nalaten dit te doen onderzoeken voor zover mij daartoe de nodige gegevens worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 39bis3 voorkomens
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … (Länder). Enkel de opgave van zijn bovengenoemd ‘UstIdNr.’ door de Duitse koper, biedt de Belgische belastingplichtige-leverancier de mogelijkheid om intracommunautaire leveringen te verrichten aan deze koper, met vrijstelling van de Belgische btw ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 512 van de heer Volksvertegenwoordiger Jean Geraerts van 19.07.1996 ). B. Aan te geven handelingen In toepassing van artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 van 11.12.2019 met betrekking tot de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, worden de in deel 1 van de opgave van de intracommunautaire handelingen … »

Regeling voor de voldoening van de belasting (30.06.2021)Administratieve commentaar05.05.2022

Bekijk het document