BTW-carrouselfraude · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

5005 19 januari 2005

Zoeken

BTW-carrouselfraude

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/5005-btw-carrouselfraude-mondelinge-chabot-carrousel-9bd0

Nummer
5005
Datum
19 januari 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 467, blz. 7-9

BTW-carrouselfraude

VRAAG

BTW-carrouselfraude kan voor de Staat aanzienlijke verliezen meebrengen. De leverancier-fraudeur int immers de BTW van zijn medecontractant maar stort die niet aan de Staat door. Die verzet zich op zijn beurt tegen de aftrek van de BTW door de belastingplichtige medecontractant, op grond van de rechtspraak van het Hof van Cassatie van 12 oktober 2000.

Naar aanleiding van twee recente zaken stelde het Hof van Cassatie zich echter vragen bij het standpunt van de Staat en diende het bij het Europees Hof van Justitie drie prejudiciële vragen in. Krachtens het neutraliteitsbeginsel moet het Hof van Cassatie zich immers, op het economische vlak, neutraal opstellen ten aanzien van een speler die in het economische circuit actief is.

Welke maatregelen nam uw departement in dat verband? Zullen uw diensten zich, in afwachting van een arrest van het Europees Hof van Justitie, op het arrest van het Hof van Cassatie van 12 oktober 2000 baseren? Blijft het standpunt van de administratie ten aanzien van een belastingplichtige medecontractant die aantoont dat hij te goeder trouw handelde, ongewijzigd? Bij wie ligt de bewijslast?

ANTWOORD

(van de heer Jamar, Staatssecretaris)

In de twee aangehaalde zaken stelt het Hof van Cassatie zijn uitspraak uit en vraagt het aan het Europees Hof van Justitie of het verlies van het recht op aftrek voor de belastingplichtige ingevolge de nietigverklaring van de verkoopovereenkomst in volgende omstandigheden niet in strijd is met het neutraliteitsbeginsel van de BTW-: wanneer de levering van goederen bestemd is voor een belastingplichtige die te goeder trouw een overeenkomst afsloot en niet van de door de verkoper gepleegde fraude op de hoogte was en de verkoopovereenkomst, op grond van een interne regel van burgerlijk recht, als absoluut nietig wordt beschouwd, omdat ze strijdig is met de openbare orde aangezien ze uit een ongeoorloofde oorzaak in hoofde van de verkoper werd aangegaan.

De administratie zal binnen de gestelde termijn een memorie aan het Hof van Justitie voorleggen. Het is nog te vroeg om een standpunt in te nemen zolang het Hof zich niet over de gestelde vragen heeft uitgesproken.

In zijn arrest van 12 oktober 2000 bekrachtigde het Hof van Cassatie het beginsel van de absolute nietigheid van overeenkomsten die werden gesloten om de Schatkist te benadelen. Dat beginsel wordt niet ter discussie gesteld.

In deze fase van de procedure zou ik niet verder gaan in het debat, dat trouwens talrijke analyses noodzaakt. Zonder twijfel zullen wij deze materie later nog in deze commissie kunnen bespreken.