Parlementaire vraag nr. 493 van de heer François-Xavier de Donnea d.d. 28.05.2009
Diensten
Plaats van de dienst
Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen
Holding
VRAAG
Zal een in België gevestigde leverancier die een buiten de EU gevestigde passieve holding diensten levert en daardoor in staat is zijn beleidslijnen aan laatstgenoemde op te leggen zoals bedoeld in beslissing nr. E.T. 95797 van 19 oktober 1999, vanaf 1 januari 2010 op die diensten de Belgische btw moeten toepassen?
ANTWOORD
Vanaf 1 januari 2010 wordt, in principe, als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de dienst-verrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd wanneer de diensten worden verricht voor een niet-belastingplichtige (zie artikel 45 (nieuw) van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006). Wanneer ze worden verricht voor niet-belastingplichtigen die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd, vinden een aantal diensten, opgesomd in artikel 59 (nieuw) van deze richtlijn, echter plaats daar waar deze personen gevestigd zijn, of waar ze hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben. Het door het geachte Lid beoogde geval, dat verwijst naar de beslissing nr. E.T. 95.797 van 19 oktober 1999, heeft betrekking op diensten verricht voor een buiten de Gemeenschap gevestigde passieve holding (rechtspersoon die, in principe, niet de hoedanigheid heeft van belastingplichtige), en die als voorwerp het beheer en de leiding van een andere onderneming hebben, in de hoedanigheid van hetzij zaakvoerder, hetzij statutair beheerder, of nog krachtens een overeenkomst waardoor de dienstverrichter over de mogelijkheid beschikt zijn beleidslijnen aan de onderneming op te leggen. Deze handelingen zijn niet beoogd in artikel 59 (nieuw) van voornoemde richtlijn. De algemene regel genoemd in het eerste lid hierboven is derhalve van toepassing, zodat deze handelingen in België zullen blijven plaatsvinden en onderworpen blijven aan de Belgische btw, voor zover uiteraard de dienstverrichter de hoedanigheid van belastingplichtige kan inroepen, overeenkomstig het in de beslissing nr. E.T. 79.581 van 27 januari 1994 gemaakte onderscheid.