Parlementaire vraag nr. 489 van de heer François-Xavier de Donnea d.d. 28.05.2009
Diensten
Plaats van de dienst
Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen
Buitenlandse belastingplichtige
VRAAG
1. a) Zal de Belgische btw vanaf 1 januari 2010 verschuldigd zijn op diensten waarvoor de nieuwe algemene regel met betrekking tot de plaats van een dienst geldt, wanneer die diensten door een in het buitenland, zij het in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige voor privédoeleinden worden afgenomen? b) Moet er, wat de afnemers betreft, een onderscheid worden gemaakt tussen rechtspersonen en natuurlijke personen? 2. Hoe zal de in België gevestigde dienstverrichter kunnen uitmaken of zijn buitenlandse klant een dienst afneemt voor beroepsdoeleinden dan wel voor privégebruik? 3. Welke sanctie zal de in België gevestigde dienstverrichter worden opgelegd als hij de Belgische btw niet toepast?
ANTWOORD
1. Overeenkomstig artikel 44 van de Richtlijn 2008/8/EG wordt inzake rechtpersonen als plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, bedoeld in artikel 43 van de Richtlijn, aangemerkt de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Bedoelde bepaling inzake de plaats van de belastingplichtige ontvanger is evenwel niet van toepassing wanneer het diensten betreft die worden verstrekt aan een belastingplichtige - fysiek persoon - die handelt voor zijn privé-doeleinden. De overweging onder punt 4, in fine, van de richtlijn 2008/8/EG van 12 februari 2008, vermeldt duidelijk dat volgens de gebruikelijke voorschriften deze bepaling niet moet gelden voor diensten die door een belastingplichtige worden afgenomen voor persoonlijk gebruik door hemzelf of door zijn personeel. Door deze benadering tracht men te vermijden dat een belastingplichtige die handelt voor zijn privé-doeleinden (en dus als privé-persoon) de plaatsbepaling van een aan hem verstrekte dienst zodanig zou manipuleren dat hij hieruit een btw-voordeel zou kunnen bekomen, gewoon door de omstandigheid dat hij de hoedanigheid heeft van belastingplichtige voor zijn economische activiteit die voor het overige volledig los staat van bedoelde aankoop. Het lijkt dan ook niet onlogisch dat onder deze omstandigheden de B to C-regels ( bedoeld in artikel 45 van de richtlijn) niet alleen van toepassing zijn ten aanzien van niet-belastingplichtige privé-personen, maar ook ten aanzien van belastingplichtigen voor hun privé-doeleinden. Anderzijds kan de administratie aanvaarden dat de dienstverrichter, wanneer hij handelt met een belastingplichtige afnemer die de ontvangen diensten zowel voor privé-doeleinden als voor de doeleinden van zijn economische activiteit aanwendt, de plaatsbepaling vaststelt alsof de belastingplichtige afnemer volledig als dusdanig handelt. Aldus dient de overweging nr. 4 te worden geïnterpreteerd in die zin dat de bepalingen inzake B to B (bedoeld in artikel 44 van de richtlijn) niet van toepassing zijn op de diensten die een belastingplichtige uitsluitend voor zijn privé-doeleinden aanwendt. De bestemming van elke dienst dient uitsluitend te worden beoordeeld op het ogenblik waarop deze dienst wordt verstrekt. Wanneer de aanwending van de dienst nadien wijzigt, blijft dit in beginsel zonder gevolgen voor de plaatsbepaling van bedoelde handeling. Anderzijds lijkt het begrip "uitsluitend voor privé-doeleinden" onverenigbaar te zijn met een belastingplichtige afnemer van de dienst die een rechtspersoon is. De administratie is van mening dat er ter zake geen onderscheid zou mogen worden gemaakt tussen een niet-belastingplichtige rechtspersoon met een btw-identificatienummer die steeds geacht wordt te handelen als belastingplichtige en een belastingplichtige rechtspersoon. 2.en 3. De administratie is van oordeel dat de dienstverrichter die "te goeder trouw" is, wordt ontheven van zijn aansprakelijkheid in de mate dat hij beschikt over het btw-identificatienummer van de afnemer dat door laatstgenoemde zelf werd verstrekt en waarvan hij de geldigheid heeft nagekeken en voor zover hij de normale controles heeft verricht inzake het gebruik zowel in het kader van het gewone handelsverkeer (bijvoorbeeld via de commerciële en financiële informatie die gewoonlijk tussen hem en de "afnemer van de diensten" wordt uitgewisseld dan wel via contacten met de afnemer als de noodzaak ervan blijkt) als in het kader van een rationele beoordeling over de aard of de omvang van de verstrekte diensten.