Gemeentebedrijf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

442 27 juli 2004

Zoeken

Gemeentebedrijf

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/442-gemeentebedrijf-fournaux-autonoom-7d5b

Nummer
442
Datum
27 juli 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 69, blz. 11446-11448

Gemeentebedrijf

VRAAG

1. Kan een gemeentebedrijf dat een sportcentrum bouwt en uitbaat de BTW op de kosten verbonden aan de bouw en de exploitatie van dit centrum volledig aftrekken als het entreegeld vraagt?

2. Kan het ook de BTW op de kosten verbonden aan de bouw en de exploitatie aftrekken als de gemeente het entreegeld van de gebruikers van het sportcentrum voor haar rekening neemt en het aantal bezoekers vastgesteld wordt op basis van de gegevens van tellers die aan de ingang van het centrum opgesteld staan?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 07.03.2005)

1 en 2. Op het vlak van de BTW dient een onderscheid te worden gemaakt tussen het gemeentebedrijf bedoeld in artikel 261 van de gemeentewet en het autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid, beoogd in artikel 263bis van dezelfde wet.

Behoudens voor de activiteiten die uitdrukkelijk zijn opgenomen in het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, is het gemeentebedrijf bedoeld in artikel 261, voornoemd, in de regel geen BTW-belastingplichtige bij toepassing van artikel 6 van het BTW-Wetboek. Het autonoom gemeentebedrijf, beoogd in artikel 263bis, voornoemd wordt daarentegen wel aangemerkt als een BTW-belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het Wetboek wanneer het handelingen verricht die vallen binnen het toepassingsgebied van de BTW.

In dit opzicht wordt gepreciseerd dat de leveringen van goederen of diensten verricht onder bezwarende titel binnen het toepassingsgebied van de BTW vallen (cf. artikel 2 WBTW-). Dit onderstelt dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte dienst (of levering) en de ontvangen tegenprestatie, ongeacht of deze tegenprestatie wordt verkregen van degene aan wie de dienst is verstrekt (of aan wie het goed wordt geleverd) of van een derde (cf. artikel 26 WBTW-).

In het geval beoogd door het geachte lid kan, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, geen enkele aftrek worden toegestaan in hoofde van een gemeentebedrijf, beoogd in artikel 261 van de gemeentewet, dat een sportcentrum exploiteert, daar deze activiteit niet is opgenomen in het koninklijk besluit nr. 26, voornoemd en bijgevolg aan dit gemeentebedrijf niet de hoedanigheid van belastingplichtige verleent.

Wanneer daarentegen, een autonoom gemeentebedrijf, beoogd in artikel 263bis van de gemeentewet een sportcentrum exploiteert door onder bezwarende titel recht op toegang tot haar inrichting te verlenen aan personen die aan sport doen, heeft dit autonoom gemeentebedrijf de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

Ik vestig in dit verband de aandacht van het geachte lid op de bepalingen van artikel 44, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek dat van deze belasting vrijstelt de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan. De uitoefening van handelingen die vrijgesteld zijn door deze bepaling verleent geen enkel recht of aftrek van de voorbelasting.

Wanneer echter de voorwaarden van de vrijstelling niet zijn vervuld, dan zijn deze handelingen aan de BTW onderworpen en verlenen ze recht op aftrek van de voorbelasting.

Indien het geachte lid een concreet geval beoogt, nodig ik hem uit mij de feitelijke en juridische gegevens mee te delen, zodat ik deze kan laten onderzoeken door de administratie.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 21 voorkomen
WBTW art. 261 voorkomen
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen
WBTW art. 61 voorkomen