ANTWOORD
Er blijken diverse meningen te zijn over de manier en de bedragen die moeten toegekend worden aan de genieter als voordeel in natura en de basis waarop de BTW is verschuldigd.
Graag kreeg ik antwoord op volgende vragen:
1. Bestaan er wettelijke barema's of onderrichtingen gegeven aan de kontroleambtenaar inzake de bedragen voor genoten voordelen in natura voor gebruik van een voertuig, huisbewaarderswoning, telefoon, elektriciteit, verwarming, water enz., en welke zijn de bedragen ?
2. Inzake voordeel in natura wordt soms een bedrag genomen per personenvoertuig aanwezig in een vennootschap zonder dat wordt nagegaan of elk voertuig ten private titel ter beschikking gesteld wordt van een kaderlid, beheerder of zaakvoerder.
Welk is hier de juiste werkwijze ?
3. Is de BTW verschuldigd op diverse genoten voordelen in natura, inclusief gebruik woning huisbewaarder ?
Antwoord:
Vraag 1.
Het koninklijk besluit van 17 december 1980, dat het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen heeft gewijzigd (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 20 januari 1981), heeft de regels vastgelegd om in bepaalde gevallen de waarde van de belastbare voordelen van alle aard op forfaitaire wijze te ramen.
Ik veroorloof mij dan ook het geachte Lid naar de tekst van dat besluit te verwijzen.
Vraag 2.
Het spreekt vanzelf dat er slechts een voordeel kan belast worden in de mate dat een voertuig door de betrokkene voor privé-doeleinden wordt gebruikt.
Dit voordeel is, overeenkomstig het vorenbedoeld besluit, gelijk aan de kilometervergoeding bepaald in het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten, vermenigvuldigd met het aantal voor privé-gebruik afgelegde kilometers, eventueel onder aftrek van de normale prijs van de brandstof die effectief door de genieter van het voordeel wordt gedragen.
Vraag 3.
Wanneer ingevolge de wetgeving op het stuk van de inkomstenbelasting een door de werkgever aan een personeelslid, zaakvoerder of beheerder verschaft voordeel in natura wordt aangemerkt als een belastbaar inkomen, wordt dit voordeel geacht te zijn verstrekt ingevolge een contract onder bezwarende titel, namelijk het arbeidscontract of het vennootschapscontract. De handeling die ter uitvoering van zo een contract wordt verricht is dan ook in principe aan de BTW onderworpen voor zover die handeling is bedoeld in het BTW-Wetboek.
Zo is het gratis gebruik van een voertuig door een personeelslid, zaakvoerder of beheerder, voor privé-gebruik, een voordeel van alle aard dat aanleiding geeft tot verschuldigdheid van de BTW, die berekend wordt tegen het tarief van 16 pct. over het bedrag van dit voordeel zoals dit in aanmerking wordt genomen voor de heffing van de inkomstenbelasting.
Zo is daarentegen de terbeschikkingstelling zonder betaling van een huurprijs van een woongelegenheid; al of niet met inbegrip van elektriciteit, water of gas, niet aan de BTW onderworpen daar de onroerende verhuur niet is bedoeld in het BTW-Wetboek. De onderneming zal evenwel de aftrek moeten uitsluiten van alle belasting geheven van de goederen en diensten die betrekking hebben op de oprichting van bovengenoemde woongelegenheid of op onderhouds- en herstellingswerk dat aan die woongelegenheid wordt verricht.
Ten aanzien van de woongelegenheid welke een onderneming binnen haar bedrijfsinstallatie ter beschikking stelt van haar huisbewaarder, wordt bovenbedoelde aftrek echter toegestaan indien is aangetoond dat het gebruik van genoemde woongelegenheid strikt verantwoord is voor de behoeften van de onderneming (ontvangst, bewaking enz.) en het kader van deze behoeften niet wordt overschreden (cfr. vraag nr. 29 van Senator Verbist d.d. 13 maart 1973 (1), bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1972-1973, nr. 24, blz. 855).
(1) Z. Revue nr. 13, blz. 446, art. 45, § 1°, BTW-Wetboek.