Vr. en Antw., Senaat, 1993, nr. 74
Nieuw BTW-Wetboek - Vermindering van de ontvangsten
VRAAG
Volgens mijn inlichtingen belopen de BTW-ontvangsten voor de eerste drie maanden van 1993 100,5 miljard, tegenover 109,8 milijard voor dezelfde drie maanden van 1992. Dit komt neer op een verschil van 9,4 miljard.
De verwachte BTW-inkomsten voor 1993 zijn 550,6 miljard (aangepaste begroting 1993) tegen 528,2 miljard in 1992. Dat betekent een groei van meer dan 22 miljard (+ 4,23 pct.).
De vermindering vastgesteld voor de eerste drie maanden lijkt verschillende oorzaken te hebben. Afgezien van een geringere economisch groei dan voor 1993 was verwacht, vloeit de minderopbrengst ook voort uit de inwerkingtreding van de nieuwe BTW-regeling op 1 januari 1993.
Kan de geachte minister zijn mening geven over dit laatste aspect (inwerkingtreding van de BTW-regeling), meer bepaald wat de drie volgende punten betreft:
1. Is het juist dat het verlies te wijten aan de afschaffing van de BTW dit vroeger door de douane aan de grens werd geïnd alleen al voor de maande januari en februari 16,3 miljard bedraagt?
2. Volgens sommigen zouden die bedragen kunnen worden terugverdiend in de komende maanden (zonder meer details wat betreft de termijn en de omvang van die bedragen). Is dat juist? Binnen welke termijn?
3. Worden door die nieuwe regeling (niet meer betalen aan de grens, betalen via maandelijkse aangifte van de belastingplichtige, dus de maand na de levering, of via driemaandelijkse aangifte, dus maximum vier maand na de levering), de BTW-ontvangsten niet verschoven van het jaar 1993 naar het jaar 1994?
De BTW betreffende de leveringen op het einde van het jaar, die vroeger aan de grens werd geïnd, zou moeten worden geïnd via de maandelijkse of kwartaalaangifte ingediend in januari 1994.
4. Welke evolutie valt er waar te nemen wat betreft de maandelijkse vooruitbetalingen die door de belastingplichtige worden gedaan? Deze willen immers de BTW betalen bij de maandelijkse of kwartaalaangifte, zodat men dus kan veronderstellen dat zij zich wapenen tegen een te grote betaling ineens door een voorafbetaling te doen.
Is dat verschijnsel merkbaar?
5. Bij het opstellen van de aangepaste begroting 1993, werd de weerslag van hetgeen hierboven werd beschreven in aanmerking genomen voor - 3,7 miljard in 1993.
Deze weerslag werd begroot op basis van een eenmalig theoretisch verlies van - 7,2 miljard, in januari 1993, gedeeltelijk gecompenseerd door een storting van 3,5 miljard in december 1993.
Moet deze evaluatie worden herzien?
ANTWOORD
Per 1 januari 1993 zijn de fiscale grenzen afgeschaft, zulks ingevolge de toepassing van de Richtlijn 91/680/EEG van de Raad van 16 december 1991 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging, met het oog op de afschaffing van de fiscale grenzen, van Richtlijn 77/388/EEG en van de Richtlijn 92/111/EEG van de Raad van 14 december 1992 tot wijziging van de Richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde.
Naast de ingrijpende wijzigingen op juridisch vlak ressorteert de toepassing van voormelde richtlijnen eveneens budgettaire effecten. Reeds bij de opmaak van de voorgestelde ramingen voor het begrotingsjaar 1993 is hiermede rekening gehouden. Bij voormelde budgettaire voorstellen is onder meer aangestipt dat de wijzigingen in de BTW-wetgeving zowel verschuivingseffecten zouden teweegbrengen binnen het jaar 1993 als tussen het jaar 1993 en 1994. Deze effecten vloeien dus niet voort uit de economische evolutie als zodaning, maar vloeien rechtstreeks voort uit het inwerkingtreden van het nieuw BTW-Wetboek.
Wat nu meer concreet de negatieve groei betreft, opgetekend tijdens het eerste kwartaal, dient opgemerkt dat een reeks factoren hiervoor verantwoordelijk zijn. Een eerste reeks van factoren hebben duidelijk te maken met voormelde verschuivingseffecten naar aanleiding van het invoeren van het nieuw BTW-Wetboek.
Een tweede reeks van factoren hebben echter te maken met accidentele fenomenen welke zich in 1992 hebben voorgedaan. Niet enkel tijdens het eerste kwartaal, maar wel gedurende het ganse eerste semester lag de groei op een zeer hoog niveau. In die periode is namelijk een groeipercentage genoteerd van 8 pct. terwijl over het volledig jaar 1992 nauwelijks 3,7 pct. groei is genoteerd.
Als concrete oorzaken voor die hoge groei dienen aangehaald:
- Het houden van het Autosalon in januari 1992;
- De invoering van de taks op de inverkeerstelling;
- De anticipatie-effecten ingevolge de herschikking van de BTW-tariefstructuur.
Tenslotte is het overduidelijk dat ook de economische groei negatief is, maar daar is wel mede rekening gehouden bij het opstellen van de «aangenomen ramingen».
De zwakke prestaties waarvan hierboven sprake zullen zich wellicht manifesteren tot en met de maand augustus. De door het geachte lid geciteerde meerwaarde zal zich dan ook vooral realiseren tijdens de vier laatste maanden van dit jaar. Uiteraard zal de integrale verwezenlijking ervan afhangen van de verdere evolutie van de economische groei, evolutie die waarschijnlijk negatiever zal zijn dan deze die de gespecialiseerde instellingen voorzien hadden.
Wat nu de meer specifieke vragen betreft van het geachte lid, dient het volgende opgemerkt.
1. De minwaarde tijdens de tweede eerste maanden van dit jaar opgelopen wat de betalingen aan de grens betreft, bedragen niet 16 miljard - zoals geciteerd door het geachte lid - maar wel 11,5 miljard. Rekening dient immers gehouden met de betalingen inzake het intracommunautaire handelsverkeer. Deze zijn in principe reeds door de maandaangevers doorgevoerd in hun periodieke aangifte voor de maand februari.
2. Met verwijzing naar vorige paragraaf dient gesteld dat de betalingen welke voorheen aan de grens plaatsvonden in principe verschoven worden naar de aangifte van de volgende maand wat de maandaangevers betreft of de aangifte voor het voorbije kwartaal wat de kwartaalaangevers betreft. Er bestaat dus wel degelijk een recuperatie-effect.
3. Het verschuivingseffect welke het geachte lid bedoelt doet zich inderdaad voor, maar is inherent aan het systeem zelf. Bovendien is het zo dat het hier niet gaat om een echt «verlies aan ontvangsten», maar wel om een louter uitgestelde betaling. In dit verband mag trouwens niet uit het oog worden verloren dat deze verschuiving zich reeds in het vroegere BTW-stelsel voordeed. Om echter een betaling van de «BTW op invoer» naar de aangifte te verleggen had de BTW-belastingplichtige destijds weliswaar een vergunning nodig, behalve voor invoeren uit Nederland en het Groothertogdom Luxemburg. De verschuiving van de betaling in de aangifte is dus geen nieuw fenomeen. Uiteindelijk gaat het hier om een veralgemeende toepassing van dit systeem wat het intracommunautair handelsverkeer betreft. Uiteraard zijn de toepassingsvoorwaarden gewijzigd.
4. Er dient aangestipt dat de maandaangevers enkel een voorschot betalen in de maand december. Voor deze categorie is het derhalve nog te vroeg om een eventuele speculatieve houding waar te nemen. Wat de trimestriële belastingplichtingen betreft, komt dit fenomeen niet tot uiting.
5. Ter gelegenheid van het opstellen van de «vermoedelijke ontvangsten» worden alle factoren welke het niveau van de ontvangsten beïnvloeden opnieuw beoordeeld en zulks op grond van de beschikbare informatie. Derhalve zal ook de budgettaire impact van bedoeld verschuivingseffect, indien nodig, worden herzien.