Fiscale procedure. Invordering van de belasting. Machtiging die verleend wordt · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

388 5 juni 2015

Zoeken

Fiscale procedure. Invordering van de belasting. Machtiging die verleend wordtFiscale procedure. Invordering van de belasting. Machtiging die verleend wordt aan de administratie om moeilijkheden inzake de btw-heffing op te lossen.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/388-fiscale-procedure-invordering-belasting-machtiging-39fe

Nummer
388
Datum
5 juni 2015

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

34 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/041 d.d. 07.09.2015, blz. 173

Fiscale procedure

Invordering van de belasting

Machtiging die verleend wordt aan de administratie om moeilijkheden inzake de btw-heffing op te lossen.

VRAAG

Na aandachtige lectuur van uw antwoord op mijn vraag nr. 100 van 8 januari 2015 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2014-2015, nr. 16, blz. 198) en mijn vraag nr. 207 van 4 maart 2015 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2014-2015, nr. 20, blz. 174), zou ik u de volgende vragen willen stellen.

1. De minister van Financiën heeft in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Parl. St., nr. 88/1, blz. 70) enkel gesteld dat het recht om moeilijkheden inzake de heffing van de belasting op te lossen (Btw-Wetboek, artikel 84, 1ste lid) vatbaar is voor delegatie. Die uitspraak werd echter niet neergelegd in artikel 84 van het Btw-Wetboek en de Raad van State merkt in zijn advies nr. 41.885/2 (DOC 51 2873/001, blz. 284) dan ook op dat "artikel 84 de oplossing van moeilijkheden aan de Minister van Financiën toevertrouwt (en niet aan een door hem gemachtigde ambtenaar)."

Zou er ter voorkoming van enige betwisting inzake de wettelijkheid van de overdracht aan de gewestelijke directeurs van de bevoegdheid om, krachtens artikel 84, 1ste lid, van het Btw-Wetboek, administratieve beroepen te behandelen in die bepaling niet uitdrukkelijk vermeld moeten worden dat de minister van Financiën zijn bevoegdheid ter zake kan delegeren en zou die overdracht niet bij ministerieel besluit nader omschreven moeten worden?

2. Waarom werd die bevoegdheid voor alle indirecte belastingen (Wetboek der registratierechten, artikel 219, Wetboek der successierechten, artikel 141, enz.) uitdrukkelijk uitgebreid tot een door de minister van Financiën gemachtigde ambtenaar, behalve voor de btw? Gaat het om een vergetelheid?

3. De fiscale bemiddelingsdienst treedt enkel op indien het geschil naar de gewestelijke directeur verwezen wordt. Om die reden bepaalt artikel 84quater, § 1, van het Btw-Wetboek allicht dat een blijvend meningsverschil over de taxatie voor de minister van Financiën of de door hem gemachtigde ambtenaar kan worden gebracht. Maar waarom wordt in artikel 84, 1ste lid, van het Btw-Wetboek die bevoegdheid nog steeds alleen aan de minister van Financiën toegekend? Daarom vraag ik nogmaals of het om een vergetelheid gaat.

4. In btw-aangelegenheden is de machtiging die in het algemeen aan de gewestelijke directeurs wordt toegekend om moeilijkheden inzake de heffing van de btw op te lossen - met bovendien een mogelijkheid van volledige subdelegatie - van belang voor de meerderheid van de burgers. Moet ze dan ook niet gepubliceerd worden (in het Belgisch Staatsblad) opdat ze conform artikel 190 van de Grondwet verbindend en tegenstelbaar zou worden?

5. Men kan ervan uitgaan dat bij artikel 84, 1e lid, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Btw-Wetboek de delegatie toegestaan wordt en dat een delegatie niet moet worden hernieuwd. Waarom werd er dan meer dan 20 jaar na de inwerkingtreding van die bepaling (niet-gepubliceerde dienstorder van december 1991) een ministeriële delegatieakte opgesteld en waarom werd er dan een ??nieuwe ministeriële delegatie toegekend in juni 1999 (niet-gepubliceerde dienstorder)?

6. De ministeriële delegatie in kwestie is bedoeld om de gewestelijke directeur of zijn afgevaardigde de mogelijkheid te bieden op te treden tijdens de fase van het administratief beroep. Moet er niet precies tijdens de fase van het administratief geschil een schriftelijk bewijs van die delegatie kunnen worden voorgelegd en niet enkel tijdens het gerechtelijk beroep?

7. In april 2012 werd er via een administratieve richtlijn een nieuwe administratieve procedure voor de behandeling van de administratieve beroepen ingevoerd. In juli 2013 werd die volledig herschreven. Ik lees in uw antwoord dat die administratieve richtlijn van juli 2013 op haar beurt opnieuw geëvalueerd wordt.

a) Wanneer zullen de ambtenaren en het grote publiek eindelijk kunnen kennisnemen van de definitieve versie van de administratieve beroepsprocedure inzake btw-aangelegenheden (die sinds 2012 opnieuw geëvalueerd wordt!)? Werd er ter zake een deadline opgelegd?

b) Zouden de belastingplichtigen wier toestand inzake btw geregulariseerd dient te worden en hun adviseurs (accountants, fiscalisten, juristen, enz.) geen afschrift moeten kunnen krijgen van de thans geldende administratieve richtlijnen van juli 2013 met betrekking tot de wijze waarop hun verzoek tot herziening van de uitgevoerde regularisatie behandeld wordt?

c) Naar verluidt zou de oude procedure waarnaar ik in mijn vraag nr. 100 van 8 januari 2015 verwezen heb door sommige diensten nog steeds worden toegepast. Klopt dat? Is het aanvaardbaar dat alle belastingplichtigen niet aan dezelfde beroepsprocedure onderworpen worden?

8. Met de administratieve richtlijn van april 2012 wilde men de Workflow Geschillen ook uitbreiden tot de administratieve geschillen in btw-aangelegenheden (AAFisc en BBI). Klopt het dat drie jaar later de Workflow Geschillen vrijwel geen administratieve geschillen inzake btw bevat? Waarom niet?

9. Werd de procedure voor de behandeling van de administratieve beroepen van juli 2013, die in de fasen van de Workflow Geschillen werd opgenomen, ongewijzigd opgenomen in de arbeidsprocessen die bij de AAFisc werden ingevoerd en waarin de fasen en taken bij de afhandeling van de geschillen werden vastgelegd of werden die administratieve procedure en bijgevolg de fasen van de Workflow Geschillen als gevolg van die arbeidsprocessen aanzienlijk aangepast?

ANTWOORD

van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 02 september 2015, op de vraag nr. 388 van de heer volksvertegenwoordiger Georges Gilkinet van 05 juni 2015 (Fr.

1 tot 3. De mogelijkheid tot delegatie van de bevoegdheid toegekend aan de minister van Financiën door artikel 84, eerste lid, van het Btw-Wetboek blijkt, zoals reeds geantwoord op de parlementaire vraag nr. 100 van 8 januari 2015 van het geachte lid, uit de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Btw-Wetboek (Parl. St., Kamer, B.Z. 1968, 88 (1968) N. 1, Wetsontwerp tot invoering van het Btw-Wetboek, Memorie van Toelichting).

Ik kan slechts vaststellen dat de Raad van State in het door het geachte lid aangehaalde advies 41.885/2 blijkbaar voorbij is gegaan aan voormelde mogelijkheid tot delegatie voorzien in de Memorie van Toelichting tot invoering van het Btw-Wetboek.

Gelet op het expliciet en duidelijk karakter van de bewoordingen van voormelde Memorie van Toelichting kan geen twijfel bestaan wat de wil van de wetgever betreft inzake de interpretatie van artikel 84; eerste lid, van het Btw-Wetboek op het vlak van de mogelijkheid tot delegatie van de bevoegdheden toegekend aan de minister van Financiën op grond van dat artikel.

De fiscale bemiddelingsdienst is op grond van artikel 84quater, § 1, van het Btw-Wetboek bevoegd ingeval een blijvend meningsverschil over de taxatie gebracht wordt voor de minister van Financiën of de door hem gemachtigde ambtenaar. Deze bepaling voorziet expliciet in de mogelijkheid tot delegatie. Een uitbreiding van de bevoegdheden van deze dienst zal worden onderzocht.

Dat de mogelijkheid tot delegatie expliciet is opgenomen in voormeld artikel 84quater, § 1, van het Btw-Wetboek en niet in artikel 84, eerste lid, van het Btw-Wetboek wordt ongetwijfeld verklaard door het feit dat het juridisch denken inzake de delegatieproblematiek sterk is geëvolueerd sinds de invoering van dat Wetboek. Voormelde bepalingen zijn immers op zeer divergente tijdstippen en met een tussenliggende periode van meer dan 30 jaar ingevoegd in dat Wetboek.

4. De wijze van oplossen van de fiscale geschillen op administratief gebied maakt noodzakelijkerwijs deel uit van de overwegingen die aan de basis liggen van de hervorming van de fiscale procedure.

5. Ik kan het geachte lid meedelen dat de nota van 30 juni 1999 het dienstorder van 2 december 1991 - beide documenten voorzien in door het geachte lid geviseerde delegaties - niet opheft en vervangt.

Ingevolge de wijziging van artikel 84 van het Btw-Wetboek door artikel 57 van de wet van 15 maart 1999 met betrekking tot de beslechting van fiscale geschillen, in voege sinds 6 maart 1999, vermocht de minister van Financiën niet langer beslissen, op grond van artikel 84 althans, over de verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van fiscale geldboeten.

De nota van 30 juni 1999 heeft exclusief betrekking op de delegatie van de bevoegdheid tot kwijtschelding of vermindering van fiscale geldboeten waarover de minister van Financiën beschikt op grond van het Regentsbesluit van 18 maart 1831. Deze nota heeft niet de delegatie van de bevoegdheid van de minister van Financiën op grond van artikel 84, eerste lid, van het Btw-Wetboek tot voorwerp.

6. De belastingschuldige die zich rechtstreeks richt tot de gewestelijke directeur met het oog op het verkrijgen van een oplossing van de moeilijkheden inzake de heffing van de belasting heeft in principe geen belang bij het betwisten van het delegatiebesluit op dat vlak.

7. De instructies waarover het geachte lid spreekt zijn onmiddellijk van toepassing, maar zoals ik reeds het genoegen had mede te delen in antwoord op een voorgaande vraag, heeft de formalisering van de behandelingsprocedures van het voorafgaand en administratief geschil die wordt behandeld in die instructies, tot doel de administratieve reorganisatie voor te bereiden.

De processen zijn nog in testfase maar zullen definitief operationeel worden op dat ogenblik.

8. De agenten hebben er alle belang bij de administratieve geschillen gebaseerd op artikel 84 WBTW op te nemen in de Workflow 'geschillen' aangezien de administratieve statistieken het product zijn van de gegevens van die applicatie. Evenwel, een groot aantal administratieve geschillen hebben, inzake btw, betrekking op de kwijtschelding of vermindering van boeten, gebaseerd op het Regentsbesluit van 1831; die geschillen zijn niet opgenomen in de applicatie Workflow.

9. De processen beschreven in de applicatie Workflow en de nieuwe werkprocessen steunen op de logica van de verschillende fasen in de behandeling van de geschillen, zowel administratief als gerechtelijk.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 847 voorkomens
WBTW art. 84quater3 voorkomens