BTW op de verkoop van dieren · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

38 22 april 1981

Zoeken

BTW op de verkoop van dieren

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/38-btw-verkoop-dieren-gillet-1943

Nummer
38
Datum
22 april 1981

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

BTW op de verkoop van dieren

VRAAG

Het antwoord op mijn vraag nr. 29 van 31 maart 1981 Z. deze Revue, blz. 533, nr. 8. art. 4, e.B.T.W.-Wetboek.

geeft mij geen voldoening.

Ik zal ze dus anders stellen:

1. Is er in het magnetische-kaartenbestand van de BTW-plichtigen een categorie fokkers en verkopers van dieren?

2. Is er in dat bestand een categorie universiteitslaboratoria, producenten van farmaceutische produkten en producenten van cosmetica?

3. Welk BTW-percentage geldt voor de aankoop van dieren?

4. Kan men nagaan of voor de verkoop van dieren aan de sub 2 bedoelde inrichtingen BTW betaald wordt?

5. Welk bedrag aan BTW wordt per jaar betaald voor die verrichtingen?

Ik wens te weten of de fokkers van dieren voor laboratoria de belastingvergoeding nakomen en hoe belangrijk die verkoop is.

ANTWOORD

1. De fokkers en verkopers van dieren zijn in het magnetisch bestand van de belastingplichtigen respectievelijk opgenomen onder de rubriek "Landbouw, tuinbouw, veeteelt" en onder de rubrieken "Groothandel" en "Kleinhandel" "in agrarische grondstoffen, levende dieren, textiegrondstoffen en halffabrikaten".

2. De fabrikanten van farmaceutische produkten en cosmetica zijn in bovengenoemd bestand ingedeeld onder de rubrieken "Fabricatie van farmaceutische produkten" en "Zeep, fabricatie van synthetische wasmiddelen, alsmede andere produkten voor de lichamelijke hygiëne en reukwerkprodukten".

Anderdeels zijn de universiteiten geen BTW-belastingplichtige voor het verstrekken van onderwijs en voor het verrichten van studie- en navorsingswerk, zodat ze dan ook niet in het bestand van de belastingplichtigen zijn opgenomen.

3. De verkoop door belastingplichtigen van levende dieren is onderworpen aan het tarief van 6 pct. wanneer het gaat om runderen, varkens, schapen, geiten, paarden, ezels, muildieren en muilezels, met uitzondering van rijpaarden, en om pluimvee, tamme duiven, tamme konijnen en vissen.

De verrichtingen die betrekking hebben op andere levende dieren zijn onderworpen aan het tarief van 16 pct.

4. Zoals reeds werd vermeld in het antwoord op de vraag nr. 100, van 24 februari 1981 Z. Revue nr. 49, blz. 499, nr. 11. art. 4, B.T.W.-Wetboek.

(bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 23 van 17 maart 1981, blz. 992) is de BTW verschuldigd ongeacht de hoedanigheid van de koper of de uiteindelijke bestemming van de dieren.

5. Rekening houdend met de hierboven onder 1 en 2 verstrekte toelichtingen zal het geachte Lid wel willen aannemen dat het voor de administratie niet mogelijk is uit de gegevens waarover zij beschikt het bedrag van de BTW af te leiden dat wordt geheven ten aanzien van de in zijn vraag bedoelde handelingen.