Vr. en Antw., Senaat
Verkoop van nieuwe personenauto's - Arrest van het Europese Hof van Justitie van 10 april 1984 - Toerekening van de verschuldigde inschrijvingstaks op de ten onrechte geheven BTW tijdens de periode van 10 april 1984 en 2 januari 1985
VRAAG
Het Europese Hof van justitie veroordeelde de Belgische Staat omdat deze BTW aanrekende op de cataloguswaarde van nieuw gekochte wagens, zelfs als deze met een min of meer grote korting werden verkocht.
Weinig loyaal en blijkbaar tevens weinig legaal verving de Belgische fiscus prompt het BTW-gedeelte dat moest betaald worden op het verschil tussen de cataloguswaarde en de reële aankoopprijs door een inschrijvingstaks die gelijk is aan het BTW-tarief.
Hierop stelde de EEG-Commissie, die met deze omzeiling geen genoegen kon nemen, reeds in november van vorig jaar een nieuwe procedure in die de Belgische regering opnieuw voor het Europese Hof van justitie moet brengen zo deze haar standpunt niet herziet.
Kan de geachte Minister mededelen:
1) of de te veel betaalde BTW van de belastingplichtigen die hierom verzoeken wordt terugbetaald, en zo het antwoord neen is, waarop de fiscus zich baseert om deze onwettelijk gevorderde BTW niet terug te betalen;
2) waarom de Belgische regering weigert zich neer te leggen bij de eerste uitspraak van het Europese Hof van justitie en bij het standpunt van de EEG-Commissie over de onwettelijkheid van het nieuwe inschrijvingsrecht;
3) wat zal ondernomen worden tegen de belastingplichtigen die in afwachting van de uitspraak van het Europese Hof weigeren de (onwettelijke?) inschrijvingstaks te betalen?
ANTWOORD
1. Het arrest van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg heeft uitwerking vanaf de datum waarop het werd uitgesproken, namelijk vanaf 10 april 1984.
Tengevolge van de afschaffing vanaf die datum van de minimummaatstaf van heffing inzake BTW voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik en de aanpassing, vanaf diezelfde datum, van de regeling inzake inschrijvingstaks, zou er, theoretisch, met betrekking tot de periode van 10 april 1984 tot 3 januari 1985, datum van inwerkingtreding van de nieuwe regeling inzake BTW en inschrijvingstaks voor de bedoelde voertuigen, moeten worden overgegaan tot de teruggaaf van de te veel gestorte BTW voor de leveringen en invoeren verricht tijdens de genoemde periode, en tot de invordering van de inschrijvingstaks verschuldigd om wille van de in de loop van dezelfde periode verrichte inschrijvingen.
Ten einde dergelijke complicaties te vermijden voorziet artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 1984 Z. deze Revue, blz. 417, nr. 5, art. 35 BTW-Wetboek
tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen dat, voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik verricht tussen 10 april 1984 en 2 januari 1985 inbegrepen, de ten onrechte gestorte BTW voor de leveringen en invoeren van deze voertuigen automatisch in mindering zal worden gebracht van de als inschrijvingstaks verschuldigde bedragen.
2. In verband met de tweede door het geachte Lid gestelde vraag kan ik hem verwijzen naar het antwoord dat werd gegeven op de parlementaire vraag nr. 282 van 7 mei 1985 gesteld door de heer volksvertegenwoordiger Willockx (bulletin van Vragen en Antwoorden nr. 29 van 11 juni 1985, Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 1984-1985, blz. 3258 en 3259).
3. Wat tenslotte de derde vraag van het geachte Lid betreft, is het zo dat geen inschrijvingsbewijs zal worden afgeleverd indien de formaliteiten inzake de betaling van de inschrijvingstaks niet welden vervuld.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.