Gezamenlijk aanbod · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

379 3 februari 2010

Zoeken

Gezamenlijk aanbod

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/379-gezamenlijk-aanbod-luk-biesen-799d

Nummer
379
Datum
3 februari 2010

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Gezamenlijk aanbod

VRAAG

Op 30 april 1976 werd volgende beslissing genomen, gepubliceerd in Fisconetplus onder nr. ET 21.877. "Wanneer goederen of diensten die het voorwerp zijn van een gezamenlijk aanbod tegen een enige prijs, aan verschillende regelingen onderworpen zijn inzake tarief, vrijstellingen, enzovoort, moet, in principe, die enige prijs voor de heffing van de btw worden uitgesplitst.

Uitsplitsing is echter niet vereist wanneer de leverancier of dienstverrichter, zonder prijsverhoging, kleine diensten en onbeduidende voorwerpen aanbiedt die door het handelsgebruik zijn aanvaard".

1. Is deze beslissing op heden nog steeds geldig?

2. Kan u bevestigen dat de uitzonderingsregel een ruim toepassingsgebied kent en niet beperkt dient te worden tot enkel de gevallen, aangehaald in hogervermeld besluit?

3. "Onbeduidende voorwerpen die door het handelsgebruik zijn aanvaard" is een vage term en daarom voor interpretatie en discussie vatbaar. Kan u aanvaarden dat - voor een eenvoudige en éénduidige toepassing ervan - deze term aldus uitgelegd wordt dat het elk gebruikelijk handelsgeschenk van geringe waarde kan betreffen zoals bedoeld in artikel 12, §1, 2° Btw-wetboek?

ANTWOORD

Wanneer de goederen of diensten die het voorwerp uitmaken van een gezamenlijk aanbod tegen een enige prijs, aan verschillende tarieven of aan verschillende regelingen (bijvoorbeeld vrijstellingen) onderworpen zijn, moet die enige prijs voor de heffing van de btw worden uitgesplitst (zie aanschrijving nr. 85, van 31 juli 1972, gepubliceerd op Fisconet Plus).

In de nummers 6 tot 14 van genoemde aanschrijving worden verschillende gevallen besproken waarin de uitsplitsing daarentegen verboden (nr. 6) of facultatief (nrs. 7 tot 14) is.

Zo is de uitsplitsing niet vereist wanneer de leverancier of de dienstverrichter, zonder prijsverhoging, kleine diensten of onbeduidende voorwerpen aanbiedt die door het handelsgebruik zijn aanvaard.

Hiermee worden hoofdzakelijk voorwerpen bedoeld die een zeer geringe waarde hebben, zoals sleutelhangers, speldjes en dergelijke.

Gebruiksvoorwerpen zijn in de regel geen "onbeduidende voorwerpen" in de zin van nr. 9 van de aanschrijving.

De term "kleine diensten of onbeduidende voorwerpen die door het handelsgebruik zijn aanvaard" verwijst in geen geval naar het begrip "handelsgeschenken van geringe waarde" in de zin van artikel 12, § 1, 1°lid, 2° van het Btw-wetboek en kan daar niet mee gelijkgesteld worden.

De beslissing nr. ET 21.877 van 30 april 1976 waar het geachte Lid naar verwijst, is in principe nog steeds geldig.

Voor het geval waarin de organisator van een reis aan een deelnemer, zonder prijsverhoging, een reistas van geringe handelswaarde overhandigt, is de uitsplitsing evenwel slechts facultatief wanneer aan de voorwaarden van nr. 11 van bovenvermelde aanschrijving is voldaan.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 121 voorkomen

Administratieve doctrine

4

« … regels worden gevolgd die door de Administratie der Douane en Accijnzen worden toegepast. Inzake het gezamenlijk aanbod tegen een enige prijs, van goederen of diensten die aan verschillende btw-tarieven zijn onderworpen, wordt onder meer verwezen naar: de schriftelijke parlementaire vraag nr. 379 van de heer Volksvertegenwoordiger Luk Van Biesen van 03.02.2010 de beslissing nr. E.T. 78.131 van 03.04.2008 met betrekking tot de verkoop van implantaten gepaard gaande met de terbeschikkingstelling of levering van medische instrumenten of apparatuur de beslissing nr. E.T. 78.354 van 29.09.1995 met betrekking tot … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 4 documenten