Levering van goederen en diensten
Vrijstellingen inzake diplomatieke en consulaire zendingen
Vrijstelling(en)
VRAAG
Wanneer een onderneming goederen levert of diensten verleent die zowel krachtens artikel 42, § 3 (diplomatieke vrijstellingen) als krachtens artikel 44 (vrijstellingen in het binnenlandse verkeer) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld kunnen worden, primeert artikel 42, § 3 dan op artikel 44?
ANTWOORD
Als specifieke vrijstellingsmaat-regelen hebben de bepalingen van artikel 44 van het Btw-Wetboek (toepassing van arti-kel 132 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006) voorrang op deze voorzien in artikel 42, § 3, van voornoemd Wetboek (toepassing van arti-kel 151 van deze richtlijn), die van algemene aard zijn. De Europese Commissie - directoraat-generaal XXI, douane en indirecte belastingen - heeft dit reeds verduidelijkt in een schrijven van 2 juli 1996. Dit standpunt wordt voor het overige ook versterkt door de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 (Zaak C-307/01, "Peter d'Ambrumenil") en van 7 december 2006 (Zaak C-240/05, "Eurodental Sàrl"). Derhalve, en bij wijze van concreet voorbeeld, vallen de diensten verstrekt aan een internationale organisatie op het vlak van crèches en onderwijs enkel onder arti-kel 44 van het Btw-Wetboek, in zoverre aan alle voorwaarden is voldaan. Dit heeft tot gevolg dat er - in hoofde van de dienstverrichter - geen recht op aftrek van de voorbelasting is, hetgeen artikel 42, § 3, van het Wetboek wel met zich zou meebrengen. Met andere woorden, de hoedanigheid van de afnemer van die diensten en diens internationaal statuut worden niet in overweging genomen. Geheel verschillend zou de situatie zijn waarbij een onderneming het zuiver materieel en boekhoudkundig beheer van een crèche, die in feite zelf door een internationale organisatie wordt geëxploi-teerd, zou verzorgen. In dergelijk geval kan deze onderneming zich niet beroepen op artikel 44, § 2, 2°, en zal de internationale organisatie genieten van de bepalingen van artikel 42, § 3, van voornoemd Wetboek.