Parlementaire vraag nr. 35 van de heer Steven Matheï d.d. 04.11.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/029 d.d. 02.12.2020, blz. 161
Vraag nr. 35 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 04 november 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw-teruggaaf aan niet-EU'ers.
VRAAG
Voor btw-plichtigen die niet in de EU gevestigd zijn, wordt het principe van het recht op teruggaaf van de voorbelasting bevestigd in de btw-richtlijn (artikel 170-171). De richtlijn heeft de verdere invulling daarvan overgelaten aan de lidstaten. De Belgische wetgever heeft het dan weer aan de Koning overgelaten om de voorwaarden en modaliteiten verder uit te werken. Dat is gebeurd via koninklijk besluit nr. 4.
Met zes arresten van 3 december 2019 heeft het hof van beroep van Brussel echter de termijn in koninklijk besluit nr. 4 in strijd verklaart met de wettelijke verjaringstermijn van drie jaar op basis van artikel 82bis WBTW omwille van de hiërarchie der normen.
In een antwoord op een eerdere parlementaire vraag betreffende de btw-teruggaaf aan niet-EU'ers gaf men aan dat uw administratie het niet eens is met de zienswijze van het hof van beroep. De administratie is van mening dat een vervaltermijn voor de indiening van een aanvraag tot teruggaaf wel degelijk bij koninklijk besluit wordt bepaald. De administratie zou overwegen een cassatieberoep in te stellen tegen de bedoelde arresten.
Heeft de administratie cassatieberoep aangetekend? Zo ja, wanneer zouden we een eindoordeel kunnen verwachten? Zo nee, zal de wet dan moeten worden aangepast? Betekent dit dat de modaliteiten van koninklijk besluit nr. 20 - toch wat de termijn betreft - moeten worden opgenomen in het wetboek zelf?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 24 november 2020:
Op 22 april 2020 heeft de administratie een cassatievoorziening ingediend tegen de zes arresten van 3 december 2019 van het hof van beroep te Brussel. Een eindoordeel kan verwacht worden binnen een à twee jaar. Gelet op de cassatievoorziening is een wetgevend initiatief niet nodig.