V.Z.W. BTW-belastingplichtige voor een gedeelte van haar beroepswerkzaamheid. Toepassing, ten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

326 29 juni 1987

Zoeken

V.Z.W. BTW-belastingplichtige voor een gedeelte van haar beroepswerkzaamheid. Toepassing, tenV.Z.W. BTW-belastingplichtige voor een gedeelte van haar beroepswerkzaamheid. Toepassing, ten onrechte, van de bijzondere regeling. Regularisatie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/326-btw-belastingplichtige-gedeelte-beroepswerkzaamheid-toepassing-16cc

Nummer
326
Datum
29 juni 1987

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

V.Z.W - BTW-belastingplichtige voor een gedeelte van haar beroepswerkzaamheid - Toepassing, ten onrechte, van de bijzondere regeling - Regularisatie

VRAAG

Een vereniging zonder winstoogmerk (sportvereniging) die een chalet uitbaat waar dranken aangeboden worden, past sinds jaren het forfait "bijzondere regeling voor kleine caféhouders" toe.

Einde 1984 (1 oktober 1984) laat de hoofdcontroleur van de BTW weten dat deze vereniging verplicht is haar ontvangsten te bepalen volgens dagontvangsten (art. 1, § 1, 1, van het koninklijk besluit nr. 2 van 7 november 1969 m.b.t. de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de BTW vermeldt immers niet de VZW's).

Daar de omzet (ongeveer 150.000 frank) volgens dagontvangsten kleiner is dan de forfaitaire berekening heeft deze vereniging in het verleden een teveel aan BTW afgedragen voor de jaren waarvoor een "bijzondere regeling voor kleine caféhouders" werd toegepast.

Mag het teveel betaalde aan BTW nog gerecupereerd worden?

Voorbeeld:

Jaar 1983: toepassing bijzondere regeling kleine caféhouders;

Jaar 1984: idem;

Jaar 1985: toepassing dagontvangsten, ingevolge bericht van de hoofdcontroleur BTW.

1. Mag de omzet voor de jaren 1983 en 1984 herzien worden en bepaald worden volgens aangekochte consumptie?

2. Mag het teveel betaalde aan BTW voor de jaren 1983 en 1984 nog teruggevorderd worden en hoe?

ANTWOORD

Krachtens artikel 1, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 2 van 7 november 1969 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de belasting over de toegevoegde waarde kunnen alleen fysieke personen, de vennootschappen onder gemeenschappelijke naam, de vennootschappen bij wijze van eenvoudige geldschieting en de personenvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid opteren voor het regime van de forfaitaire regelingen.

Indien een vereniging zonder winstoogmerk een BTW-belastingplichtige activiteit verricht dient zij derhalve te worden onderworpen aan de normale regeling van de BTW en moet de omzet worden bepaald volgens de werkelijk gerealiseerde ontvangsten.

Wanneer zo'n vereniging, gedurende een bepaalde periode, voor haar beroepswerkzaamheid ten onrechte de forfaitaire regeling heeft toegepast kan zij, voor zover zij aan de hand van haar boekhouding kan aantonen dat de werkelijke ontvangsten kleiner waren dan de forfaitair berekende ontvangsten, teruggaaf bekomen van de BTW over het verschil tussen voornoemde ontvangsten.

Aangezien het geachte Lid blijkbaar een concreet geval beoogt ben ik ertoe bereid, indien mij de identiteit van de betrokken belastingplichtige wordt medegedeeld, een onderzoek te doen instellen waarvan de resultaten, met inbegrip van de modaliteiten van een eventuele teruggaaf, hem rechtstreeks zullen worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 2 art. 12 voorkomens