Overdracht van een bedrijfsafdeling gepaard gaand met de verhuur van het bedrijfsgebouw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

324 26 juni 1987

Zoeken

Overdracht van een bedrijfsafdeling gepaard gaand met de verhuur van het bedrijfsgebouwOverdracht van een bedrijfsafdeling gepaard gaand met de verhuur van het bedrijfsgebouw en de verplichting om zich bij de overdrager te bevoorraden. Herziening van de aftrek van de belasting geheven van het gebouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/324-overdracht-bedrijfsafdeling-gepaard-gaand-verhuur-cdeb

Nummer
324
Datum
26 juni 1987

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Overdracht van een bedrijfsafdeling gepaard gaand met de verhuur van het bedrijfsgebouw en de verplichting om zich bij de overdrager te bevoorraden - Herziening van de aftrek van de belasting geheven van het gebouw

VRAAG

In antwoord op mijn parlementaire vraag nr. 171 van 16 februari 1987 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat 17 maart 1987, blz. 1478) heeft de Minister verduidelijkt dat de herziening bepaald in artikel 48, § 2, van het BTW-Wetboek toepasselijk is op aanpassingswerken die worden uitgevoerd in een gebouw dat een belastingplichtige huurt, zodra hij zijn huurrecht overdraagt.

Kan de geachte Minister zijn principieel standpunt meedelen in volgende aangelegenheid.

Een vennootschap voert een handelszaak in een gebouw dat haar eigendom is. Zij laat verbouwingswerken uitvoeren en recupereert normaal de BTW.

Wanneer zij haar handelszaak zou overdragen en een huurcontract opmaken op naam van de nieuwe exploitant, met de verplichting voor hem om al zijn aankopen bij de vennootschap te plaatsen, moet de op de werken afgetrokken BTW dan worden herzien overeenkomstig artikel 48, § 2, van het BTW-Wetboek?

ANTWOORD

Het geachte Lid beoogt het geval waarbij een vennootschap die de hoedanigheid van belastingplichtige behoudt ten aanzien van een gedeelte van haar werkzaamheid, aan een ander persoon aan wie zij een bedrijfsafdeling heeft overgedragen, de gebouwen waarin zij de overgedragen werkzaamheid uitoefende, verhuurt.

Aangezien de onroerende verhuur een handeling is buiten de werkingssfeer van de BTW en de aftrek niet mogelijk maakt, moet die vennootschap in principe de verrichte aftrek met betrekking tot de BTW geheven van de oprichtings-, de omvormings- of de verbeteringswerken ten aanzien van het verhuurde gebouw herzien.

De omstandigheid dat de onroerende verhuur gepaard gaat met de verplichting om zich bij de verhuurder te bevoorraden van koopwaar, maakt het niet mogelijk van bovengenoemde regel af te wijken. Het Hof van beroep te Gent heeft, in een arrest van 18 mei 1983, overigens beslist dat, afgezien van de onroerende financieringshuur bedoeld in artikel 18, § 2, van het BTW-Wetboek, de verhuur van een onroerend goed buiten de toepassingssfeer van de BTW valt, zelfs indien het contract aan de huurder (handelaar) de verplichting oplegt om zich bij de verhuurder te bevoorraden.

Indien het geachte Lid een concreet geval beoogt, ben ik ertoe bereid een onderzoek te laten instellen indien mij de naam en het adres van de betrokken belastingplichtige worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 482 voorkomens
WBTW art. 181 voorkomen