Vr. en Antw., Kamer, nr. 33, 1995-1996, blz. 4122-4124
BTW-Revue nr. 122, blz. 555
Prestaties van architecten - Opeisbaarheid van de BTW.
VRAAG
Een architect heeft destijds geopteerd voor de regeling van de kleine ondernemingen met vrijstelling van BTW (artikel 56, § 2, van het BTW-wetboek). Eind 1995 stelt hij vast dat hij de drempel overschreden heeft van 247.500 frank, en gaat over naar het normale BTW-regime. Die architect, geen vennootschap, gebruikt in 1996 het stelsel van de betaling van de BTW op het moment van de werkelijke ontvangst van het ereloon, zoals daarin voorzien is voor zijn sector, en niet, zoals wettelijk verplicht, op het moment van het voltooien van de dienst. Aldus zal hij ontvangsten boeken, uit de periode van zijn vrijstelling, in de periode waarin hij normale BTW-belastingplichtige is.
Zijn de ontvangsten geboekt in 1996, maar afkomstig van prestaties van 1995 (periode kleine ondernemingen) met BTW te belasten ?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 22, § 2, van het BTW-wetboek, wordt de BTW ten aanzien van een dienst in principe opeisbaar op het tijdstip waarop de dienst is voltooid.
Wordt de prijs of een deel ervan voor dat tijdstip gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwel over het gefactureerde of ontvangen bedrag opeisbaar, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering.
Bovendien wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan opeisbaar op het tijdstip waarop de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan, wanneer dat tijdstip voorafgaat aan de tijdstippen die in de vorige leden zijn bepaald.
Anderzijds, overeenkomstig artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, uitgevaardigd bij toepassing van artikel 22, § 3, van het BTW-wetboek, wordt de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs ten aanzien van de diensten verricht door een belastingplichtige die gewoonlijk aan particulieren diensten verstrekt en waarvoor hij gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsverplichting, voorzien door artikel 1, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit nr. 1. De ontheffing van de factureringsverplichting is evenwel niet van toepassing onder meer op de diensten bestemd voor de oprichting van een nieuw gebouw bedoeld in artikel 64, § 4, van het BTW-wetboek.
In de door het geacht lid bedoelde situatie is het alsdus noodzakelijk een volgend onderscheid te maken:
a) de bepalingen van artikel 17 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 zijn van toepassing.
Overeenkomstig de bovengenoemde bepalingen wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip van de incassering van de prijs.
Derhalve zijn de erelonen van een architect zoals door het geacht lid beoogd in de vraag onderworpen aan de BTW wanneer ze in 1996 worden geïnd, aangezien de architect vanaf dat jaar onderworpen is aan de normale BTW-regeling;
b) de bepalingen van artikel 17 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 zijn niet van toepassing. De bovengenoemde architect beroept zich evenwel op de modaliteiten van de administratieve aanschrijving nr. 50 van 2 april 1971, krachtens dewelke de administratie aanvaardt dat de verschuldigde BTW op de prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs slechts wordt voldaan naarmate van de incassering van de erelonen.
De voormelde administratieve aanschrijving bevat een toegeving inzake de voldoening van de verschuldigde BTW. Zij doet evenwel geen afbreuk aan het gebiedend karakter van artikel 22, § 2, van het BTW-wetboek inzake de oorzaken van opeisbaarheid van de belasting.
Dientengevolge zijn de erelonen geïnd in 1996 door de bovengenoemde architect niet onderworpen aan de BTW wanneer zij voortvloeien uit een dienstverrichting waarvoor de belasting krachtens artikel 22, § 2, van het BTW-wetboek opeisbaar is geworden 1995, dit is het jaar waarin deze architect de vrijstellingsregeling van de belasting voorzien door artikel 56, § 2, van genoemde wetboek toepaste. Dit principe is geldig ongeacht de voormelde architect al of niet een beroep doet op de bepalingen van de hiervoor bedoelde aanschrijving nr. 50/1971 met betrekking tot de betaling van de BTW.
Indien het geachte lid een welbepaald geval beoogt, ben ik bereid dat te laten onderzoeken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.