Vr. en Antw., Kamer, 1991-1992, nr. 9, blz. 438
Bouw. - In het buitenland gevestigde belastingplichtigen. - Registratie van de aannemers. - BTW-inschrijving. - Voorwaarden.
VRAAG
Buitenlandse ondernemingen in de bouwsector die een regelmatige activiteit in België overwegen, zien er steeds vaker van af in ons land te werken omdat zij van het Centraal bureau van de BTW voor buitenlandse belastingplichtigen geen BTW-inschrijving krijgen. De inschrijving wordt niet geweigerd omdat de buitenlandse onderneming zich niet richt naar de voorschriften van het Wetboek van de BTW of zijn uitvoeringsbesluiten, maar wel omdat zij geen in België getekende overeenkomst kan voorleggen.
Luidens artikel 299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (1) moeten de ondernemingen in de bouwsector worden geregistreerd als aannemer. Om die registratie toe te kennen eist de commissie ad hoc een BTW-inschrijving. De onderneming kan heel dikwijls geen inschrijving bekomen omdat zij geen in België getekende overeenkomst bezit. Het is zo dat geen enkele Belgische onderneming geneigd is met een niet-geregistreerde onderneming een bestelbon te ondertekenen.
1. Wat is de wettelijke grondslag van de bepaling die het toekennen van een BTW-inschrijving afhankelijk maakt van overeenkomsten of bestelbons?
2. Is die bepaling impliciet bedoeld om buitenlandse ondernemingen in de bouwsector hun erkenning te weigeren?
ANTWOORD
1. Uit de Zesde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van wetgevingen van de Lid-Staten inzake omzetbelasting (Z. BTW-Rev. 30/263) en uit artikel 55 van het BTW-Wetboek volgt dat de in dat artikel beoogde in het buitenland gevestigde belastingplichtigen de verplichtingen die door de Belgische BTW-wetgeving zijn opgelegd, slechts door bemiddeling van een aansprakelijke vertegenwoordiger moeten vervullen, wanneer ze hier te lande handelingen verrichten waarvoor ze schuldenaar zijn van de belasting.
Het is bijgevolg normaal dat de ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen zich ervan verzekeren dat die buitenlandse ondernemingen in België werkelijk zulke handelingen zullen verrichten, alvorens ze voor de BTW te registreren, en dat geen BTW- nummer wordt toegekend wanneer het vaststaat dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. De voorlegging van een geschreven contract kan daartoe nuttig zijn.
2. Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend.
---------------- (1) W.I.B. 1992, art. 400 tot 404 : z. bijvoegsel bij het Belgisch Staatsblad van 30 april 1992, nr. 147 - Wet van 12 juni 1992 (B.S. 30 juli 1992, nr. 147. blz. 17120) tot bekrachtiging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 10 april 1992 (B.S. 30 juli 1992, nr. 147, blz. 17121).