Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/109, d.d. 19.04.2013, blz. 273
Btw - Aan- en verkoop van goederen door een buitenlandse vennootschap
VRAAG
Moet een buitenlandse vennootschap die in België over personeel noch over bedrijfsruimte beschikt, volgens uw administratie een identificatie voor btw-doeleinden aanvragen wanneer ze in België goederen aankoopt en vervolgens weer verkoopt aan een in België gevestigde belastingplichtige die periodieke btw-aangiften indient?
ANTWOORD
(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Vooreerst wordt herinnerd dat elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek, waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting in België voor btw-doeleinden geïdentificeerd dient te worden in België (artikel 50, § 1, 1e lid, 3°, van het Belgische Btw-Wetboek).
Opdat een niet in België gevestigde belastingplichtige in België niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd zou moeten worden, mag hij bijgevolg in België geen inkomende of uitgaande handelingen verrichten, waarvoor hij schuldenaar van de btw is.
Wanneer een buitenlandse onderneming goederen aankoopt bij een leverancier die in België gevestigd is, is het de leverancier en niet de buitenlandse onderneming die volgens de normale regels de schuldenaar is van de BTW (artikel 51, § 1, 1°, van het Belgische Btw-Wetboek).
Wanneer deze buitenlandse onderneming de goederen in België doorverkoopt, wordt de medecontractant (de klant), in afwijking van de normale regels, de SA van de BTW, voor zover hij in België bevestigd is en de hoedanigheid heeft van een belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften in België (artikel 51, §2, 1e lid, 5°, van het Belgische Btw-Wetboek).
Wanneer deze buitenlandse onderneming geen andere handelingen in België verricht waarvoor zij schuldenaar van de btw zou zijn, wordt haar bijgevolg in België geen identificatienummer toegekend. Er wordt evenwel opgemerkt dat, op uitdrukkelijk verzoek van een buitenlandse onderneming die zich in deze situatie bevindt, deze alsnog een btw-identificatienummer kan bekomen, wanneer het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvan zij de aftrek kan bekomen, de drempel van 10.000 euro per jaar bereikt of overschrijdt (punt 96 en 97 van de circulaire n° 4/2003).