Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-90, blz. 10475-10476
Toepassing van de btw-eenheid - Facturatie binnen de eenheid
VRAAG
Met welke boekhoudkundige documenten dienen de betalingen binnen de eenheid te worden gestaafd waarvoor momenteel facturen worden opgemaakt ? Moet in de belastbare grondslag een winstmarge inbegrepen worden of mag hij gelijk zijn aan de kostprijs ?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën)
De aandacht van het geachte lid wordt erop gevestigd dat de tussen de leden van eenzelfde BTW-eenheid verrichte handelingen, niet onder het toepassingsgebied vallen van de reglementering inzake belasting over de toegevoegde waarde.
Daaruit volgt dat er geen BTW is verschuldigd op die handelingen, en deze daarenboven niet moeten worden opgenomen in een factuur opgesteld overeenkomstig artikel 53, § 2, van het BTW-Wetboek.
Nochtans belet niets het lid om aan zijn medecontractant een volgens de wettelijke voorschriften opgemaakte factuur uit te reiken. In dat geval moet geen enkel ander stuk worden uitgereikt om de handeling tussen de leden vast te stellen.
Het lid dat goederen levert of diensten verstrekt aan een ander lid van dezelfde BTW-eenheid moet aan deze laatste immers een specifiek stuk uitreiken tot vaststelling van die handeling. Dit stuk dat geen factuur is in de zin van het wetboek en van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, moet minstens de datum van de handeling vermelden alsmede de persoonsgegevens van de contracterende partijen, de gegevens die nodig zijn om de handeling te bepalen, de gegevens bedoeld in artikel 5, § 1, 7°, van het koninklijk besluit nr. 1 in geval van levering van voertuigen, de eenheidsprijs en het totaalbedrag van de handeling.
Rekening houdend met het feit dat de leden van een zelfde BTW-eenheid zelfstandige juridische entiteiten zijn onderworpen aan de directe belasting en dat zij op ieder moment, onder bepaalde voorwaarden, die BTW-eenheid kunnen verlaten, moet de administratie, dankzij dat stuk, in staat zijn om de stroom van de tussen de leden verrichte handelingen te controleren.
De nodige maatregelen werden genomen om artikel 53 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 in die zin te wijzigen.
Ten slotte wens ik erop te wijzen dat, rekening houdend met het feit dat de tussen de leden van eenzelfde BTW-eenheid verrichte handelingen niet onderworpen zijn aan de regels inzake belasting over de toegevoegde waarde, er geen reden is om over de maatstaf van heffing met betrekking tot die handelingen te spreken.