ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën)
Ik heb de eer het geachte lid het volgende mede te delen.
Artikel 5, § 1, 8°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde stipuleert dat de factuur vermeldt "voor elk tarief of elke vrijstelling, de maatstaf van heffing, de eenheidsprijs exclusief belasting, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien deze niet in de eenheidsprijs zijn begrepen".
Het principe van de aanduiding van de eenheidsprijs op een factuur is van toepassing ongeacht of deze factuur een levering van goederen of een dienstprestatie vaststelt.
Met het oog daarop komt het aan de partij die de factuur opmaakt toe om de aard van de eenheid te bepalen die als basis zal dienen voor de berekening van de prijs die door de verwerver van de goederen of ontvanger van de dienst moet worden voldaan. De gekozen eenheid moet uiteraard steeds op de factuur worden vermeld.
Voor de leveringen van goederen moeten de prijzen per type artikel en per eenheid worden vermeld.
Inzake dienstverrichtingen kan de door de partijen te bepalen prijs voor deze diensten op grond van het principe van de wilsautonomie of gelet op de geldende commerciële gebruiken, zeer verschillende vormen aannemen.
Een geval dat zich veelvuldig voordoet, is dat waarbij de totale prijs van de dienstprestatie niet vaststaat vóór de effectieve realisatie van de handeling. Het gaat, bijvoorbeeld, om gevallen waar enkel een uurtarief werd bepaald.
In deze veronderstelling wordt de eenheidsprijs bepaald door de partij die de factuur opmaakt. Deze eenheidsprijs geeft het criterium weer op basis waarvan de uiteindelijke prijs wordt bepaald. Deze eenheidsprijs komt bijgevolg, in deze veronderstelling, neer op een uurtarief dat in het kader van deze dienstprestatie van toepassing is.
Overigens, in de veronderstelling dat, vóór de realisatie van een vooraf duidelijk omschreven handeling, de totale prijs op definitieve wijze tussen de partijen werd overeengekomen, kan deze prijs, in bepaalde gevallen, door de partij die de factuur opmaakt, beschouwd worden als zijnde de eenheidsprijs van de betreffende handeling. Het bewijs van de vóór de realisatie van de handeling vastgestelde prijs moet op vraag van de administratie door de partijen kunnen worden voorgelegd.
Deze beginselen zijn eveneens van toepassing in het door het geachte lid beoogde geval. Immers, een boekhouder die bijvoorbeeld vijf werkuren aan één van zijn klanten heeft gewijd en die een uurtarief van 80 euro zonder BTW toepast zal op zijn factuur een eenheidsprijs van 80 euro vermelden voor een totaal gefactureerd bedrag van 400 euro zonder BTW.
Hetzelfde geldt voor een boekhouder die voor een andere klant een bepaalde tijd aan het invullen van zijn aangifte inzake inkomstenbelasting heeft gewijd en die in principe hetzelfde uurtarief van 80 euro toepast maar die met deze klant contractueel is overeengekomen dat het invullen van deze aangifte hem 70 euro zonder BTW zou kosten, zal op zijn factuur een eenheidsprijs vermelden die overeenstemt met de maatstaf van heffing zonder BTW van 70 euro. Deze boekhouder moet dus op zijn factuur niet noodzakelijk het aantal uren vermelden die hij aan de handeling heeft besteed noch het uurtarief dat hij meestal toepast.
Tot slot wil ik het geachte lid meedelen dat momenteel aan een administratieve aanschrijving met betrekking tot de verplichtingen inzake facturatie wordt gewerkt.