Begrip normale waarde van een gebouw. Schatting · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-5637 12 juli 2006

Zoeken

Begrip normale waarde van een gebouw. Schatting

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-5637-begrip-normale-waarde-gebouw-schatting-56ae

Nummer
3-5637
Datum
12 juli 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2005-2006, nr. 3-74, blz. 7909

Begrip normale waarde van een gebouw - Schatting

VRAAG

Kunt u bevestigen dat de minimale belastbare waarde voor gebouwen in het BTW-Wetboek behouden werd op basis van artikel 27, § 5, van de zesde BTW-richtlijn en dat ze bijgevolg slechts mag worden toegepast als uw administratie kan bewijzen dat er sprake is van belastingfraude of -ontwijking ? Zo niet, waarom wordt er een verschil gemaakt tussen auto's en gebouwen ?

Artikel 33 van de programmawet van 9 juli 2004 heeft artikel 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten gewijzigd en biedt zowel de ontvanger van Registratie als de koper van het goed de mogelijkheid een schatting te betwisten door inleiding van een rechtsvordering.

Waarom werd het koninklijk besluit nr. 15 tot uitvoering van het BTW-Wetboek, houdende bepalingen met dezelfde strekking als de bestaande procedure op het gebied van registratierechten, nog niet aangepast in die zin ?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën)

Overeenkomstig artikel 11, A, 1, a), van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 is, voor de leveringen van goederen en voor de diensten, de normale heffingsgrondslag alles wat de leverancier of dienstverlener voor die handelingen verkrijgt of moet verkrijgen.

Krachtens artikel 27, § 5, van dezelfde richtlijn mochten de lidstaten die op 1 januari afwijkende bepalingen toepassen teneinde bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen, die maatregelen handhaven op voorwaarde dat zij de Commissie daarvan vóór 1 januari 1978 in kennis stelden. Wat de in België toegepaste bijzondere afwijkende bepalingen betreft, inzonderheid deze betreffende de minimummaatstaf van heffing voor pas opgerichte gebouwen, gebeurde die kennisgeving op 23 december 1977.

Alzo mag, bij toepassing van artikel 36, § 1, 6, van het BTW-Wetboek, de maatstaf van heffing voor diensten betreffende werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen niet lager zijn dan de normale waarde, dit is de prijs die kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen een aannemer en een bouwheer die van elkaar onafhankelijk zijn. Die waarde wordt bepaald, geval per geval, rekening houdend met de in de bouwsector toepasselijke prijzen, het bouwplan, de aard van de constructie, de geplaatste of verwerkte materialen, enz.

Indien de bouwheer het niet eens is met de schatting van de administratie, heeft hij het recht zijn bezwaren te laten kennen. Overigens wordt niet zelden de oorspronkelijk vastgestelde vordering verminderd of prijsgegeven nadat de administratie in kennis werd gesteld van gegevens die niet blijken uit de ingediende stukken.

De bouwheer moet zich overigens niet neerleggen bij de vordering van de administratie en kan het resultaat afwachten van de schattingsprocedure bedoeld in artikel 59, § 2, van het BTW-Wetboek; in dat geval wordt de door de deskundige vastgestelde normale waarde vergeleken met het totaal van de aannemingsfacturen.

In die omstandigheden mag worden gesteld dat de reglementering betreffende de normale bouwwaarde noch op een algemene noch op een absolute wijze van de normale heffingsgrondslag afwijkt maar bepaalde gevallen van vermoede fiscale fraude corrigeert en, essentieel, die fraude voorkomt.

Mijn diensten onderzoeken een ontwerp van de administratie tot wijziging van artikel 59, § 2, van het BTW-wetboek om zowel de door de Koning aangewezen ambtenaar (zie koninklijk besluit nr. 15) als de schuldenaar van de belasting de mogelijkheid te bieden de deskundige schatting te vorderen om de normale waarde van de in artikel 36, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek bedoelde goederen en diensten te bepalen.

Het koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970 tot regeling van de schattingsprocedure waarin artikel 59, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde voorziet, zal dan in die zin kunnen worden aangepast.

Aangehaalde teksten

5