Plicht gemeenten. Beheer riolering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-1065 27 oktober 2005

Zoeken

Plicht gemeenten. Beheer rioleringBTW- plicht gemeenten. Beheer riolering

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-1065-btw-plicht-gemeenten-beheer-riolering-1508

Nummer
3-1065
Datum
27 oktober 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Hand. , Senaat, 2005-2006, nr. 3-131, blz. 31-32

BTW- plicht gemeenten - Beheer riolering

VRAAG

Gemeenten beschikken momenteel over enkele mogelijkheden wat betreft de aanleg en het onderhoud van rioleringen. Zo kunnen ze het beheer overdragen aan een drinkwatermaatschappij of aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband. De gemeente kan ook de riolen in eigen beheer houden en met de drinkwatermaatschappij een overeenkomst sluiten om het vervuilde water in te zamelen en af te voeren. Voor dit goederenvervoer, een transportdienst, wordt aan de drinkwatermaatschappij een vergoeding aangerekend.

Uit de BTW-wetgeving kan moeilijk worden uitgemaakt of de gemeente in dat geval BTW-plichtig is. Een overheid is normaal niet BTW-plichtig: men gaat ervan uit dat het rioolbeheer rechtstreeks voortvloeit uit de taken van de gemeente als overheid. Nu er echter verschillende spelers op de markt zijn - intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, Aquafin NV, drinkwatermaatschappijen - gaat het om een activiteit waarvoor de gemeente in concurrentie komt met anderen. Bijgevolg zou de gemeente voor deze transportdienst BTW-plichtig moeten zijn. Bovendien wordt een gemeente, overeenkomstig de zesde BTW-richtlijn, aangemerkt als BTW-plichtige voor het vervoer van goederen. Deze bepaling uit de zesde BTW-richtlijn heeft rechtstreekse werking, zodat een gemeente er zich kan op beroepen ten opzichte van de overheid.

Het feit dat een gemeente voor deze transportdienst BTWmoet betalen, is een budgettaire meevaller. De gemeenten kunnen dan immers de BTW op de aanleg en het onderhoud van de rioleringen terugvorderen. Bovendien is het een nieuw element in de besluitvorming over het overdragen van de gemeentelijke riolen in het kader van de saneringsverplichting die sinds 1 januari 2005 op de drinkwatermaatschappijen rust.

De meeste gemeenten willen vóór het einde van het jaar een standpunt innemen over hun rioolbeheer. Ik heb daar enkele vragen bij.

Klopt het dat een gemeente die het rioolbeheer in eigen beheer houdt en met een drinkwatermaatschappij een overeenkomst sluit om het vervuilde water in te zamelen en af te voeren, voor die transportdienst als een BTW-plichtige moet worden beschouwd en dit voorafgaand aan de invoering van een nieuw wetgevend kader inzake de BTW-plicht voor gemeenten ? Hierdoor zal dan ook een recht op aftrek, in dit geval BTW, ontstaan op de aanleg en het onderhoud van de rioleringen.

Zo ja, kan de minister bevestigen dat de nodige instructies zullen worden gegeven aan de lokale BTW-kantoren die een BTW-nummer moeten geven aan de gemeenten die voormelde transportactiviteit wensen te ontwikkelen. Welk gevolg zal de minister geven aan arrest 57/2005 van het Arbitragehof om de uitbreiding van de BTW-belastingplicht van gemeenten, conform de zesde BTW-richtlijn, in het Belgische BTW-wetboek in te voeren ? Binnen welke tijdsspanne zal dat gebeuren ?

ANTWOORD

(van de heer Reynders, minister van Financiën)

Ik kan het standpunt van de heer Steverlynck bevestigen. Wanneer een gemeente een overeenkomst sluit met een drinkwatermaatschappij om het vervuilde water in te zamelen en af te voeren en deze handeling als een transportdienst kan worden aangemerkt, is die gemeente, overeenkomstig artikel 4, 5º, van de zesde BTW-richtlijn, BTW-plichtig, met recht op aftrek. Het gewoon ter beschikking stellen van rioleringen kan evenwel niet als een transportdienst worden aangemerkt, ook niet als dat met de nodige onderhoudsdiensten gepaard gaat. De lokale BTW-kantoren zullen via het interne netwerk de nodige instructies krijgen.

Mijn administratie heeft een voorontwerp van wet opgesteld om artikel 6 van het BTW-wetboek in overeenstemming te brengen met de communautaire en de grondwettelijke regels, zoals opgelegd in arrest 57/2005 van het Arbitragehof.

CONCLUSIE

(van de heer Steverlynck)

De gemeenten zullen het sterk appreciëren dat er eindelijk een duidelijk antwoord wordt gegeven.

Aangehaalde teksten

2