Schriftelijke vraag en antwoord nr : 299 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Christian Brotcorne, CDH (01094)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Btw-aftrek. - Uitgaven in het kader van de verkoop van aandelen in het licht van het Skatterverketarrest.
Datum indiening : 12/01/2010
Vraag
De btw op de kosten voor de uitgifte van nieuwe aandelen is aftrekbaar, op voorwaarde dat de verzamelde gelden worden aangewend voor de voortzetting of de uitbreiding van een economische activiteit die recht op aftrek verleent (zie Fiscoloog , nr. 784, blz. 6).
Met betrekking tot de btw op de uitgaven in verband met de aankoop van participaties, wordt de aftrek aanvaard sinds de administratieve commentaar ingevolge het arrest-Cibo Participations van het Europees Hof van Justitie werd aangepast (zie btw-Handboek nr. 36).
De btw-aftrek in het kader van de verkoop van aandelen blijft echter problematisch.
In antwoord op een parlementaire vraag (vraag nr. 651 van 15 mei 2000, Vragen en Antwoorden, Senaat 2000-2001, nr. 2-25, 1176), stelde u dat "De btw die de door een onderneming gedane uitgaven van advies en audit naar aanleiding van de uitgifte van aandelen en obligaties of met het oog op het aangaan van een lening bezwaart, is aftrekbaar volgens de normale regels in de mate dat de verzamelde fondsen of de geleende sommen worden aangewend voor de voortzetting of de uitbreiding van een economische activiteit die recht op aftrek verleent.
Tot alle nuttige doeleinden vestig ik evenwel de aandacht van het geachte lid op de omstandigheid dat de belasting die de uitgaven van advies en audit bezwaart, en meer algemeen, de uitgaven gedaan door een onderneming waarvan de volledige economische activiteit aan de btw onderworpen is, met het oog op het afstaan van effecten van andere vennootschappen die zij in portefeuille heeft, niet aftrekbaar is. Dit geldt zelfs indien de opbrengst van de vervreemding van deze effecten meteen zou gebruikt worden voor de uitoefening van de belastbare economische activiteit van de overdragende onderneming.
De verkoop van effecten is in feite een op grond van artikel 44, § 3, 10º, van het btw-Wetboek vrijgestelde handeling, en verleent, ongeacht de uiteindelijke doelstelling van de handeling, bijgevolg geen enkel recht op aftrek. Het Europees Hof van Justitie heeft trouwens dit standpunt bevestigd in haar arrest van 6 april 1995, in de zaak C-4/94 (BLP Group plc vs. Commissioners of Customs Excise)."
In een recent artikel (Fiscoloog, 2009, nr. 1183, blz. 4 en volgende) beschrijft I. Massin in detail de gevolgen van het arrest van 29 oktober 2009 van het Europees Hof van Justitie (zaak nr. C-29/08 inzake Skatterverket vs. AB SKF), dat de rechtspraak van de BLP-zaak verder uitdiept.
In de BLP-zaak stond vast dat de diensten waarop de btw verschuldigd was, werden verricht voor een vrijgestelde handeling. Er bestond een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de gedane uitgaven en de (op grond van artikel 44, § 3, 10° van het btw-Wetboek) vrijgestelde verkoop van de aandelen. Het Hof moest de aftrek in dit geval dus wel weigeren, ook al was het doel van de vrijgestelde handeling uiteindelijk gelegen in het verrichten van een belaste handeling, in casu de voortzetting van de economische activiteit van BLP.
In de zaak-Skatterverket verfijnde het Hof zijn standpunt: indien kan worden aangetoond dat de gedane uitgaven voor een vrijgestelde handeling niet opgenomen zijn in de vraagprijs voor de vrijgestelde handeling en zij dus, in contrarium, deel uitmaken van de algemene prijs van belastbare handelingen, moet de btw aftrekbaar zijn (paragraaf 60).
1. Is het Belgische standpunt, dat werd toegelicht in het hoger aangehaalde antwoord op parlementaire vraag nr. 651 van 15 mei 2000, niet tegenstrijdig met het Europese recht, gelet op het Skatterverketarrest?
2. Zo ja, kunt u het Belgische standpunt verduidelijken, teneinde de rechtszekerheid van dit soort handelingen te waarborgen?
Antwoord
Publicatie antwoord : B102 · Publicatiedatum : 13/04/2010
Zoals door het geachte lid wordt onderstreept, verfijnt het arrest van het Hof van 29 oktober 2009 (Skatteverket tegen AB SKF, zaak C-29/08) het principe van het rechtstreeks en onmiddellijk verband, dat zij reeds eerder had geformuleerd (zie de arresten van 8 juni 2000, Midland Bank, C-98/98; van 22 februari 2001, Abbey National, C-408/98; van 29 april 2004, Faxworld, C-137/02).
Krachtens dit principe kan de aftrek van de btw niet alleen worden uitgeoefend wanneer er een rechtstreeks en onmiddellijk (exclusief) verband bestaat tussen een uitgave die samenhangt met een handeling in een eerder stadium en één of meerdere handelingen in een later stadium die het recht op aftrek doen ontstaan, doch eveneens wanneer een dergelijk rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen een dergelijke uitgave en het geheel van de economische activiteiten van de belastingplichtige en de gedane uitgave enkel deel uitmaakt van de bestanddelen van de prijs van de handelingen die tot die activiteiten behoren (de door het Hof van Justitie uitgewerkte theorie van de algemene kosten). Daarentegen kan er geen aftrek worden uitgeoefend in de andere gevallen, meer bepaald in het geval waarin, zoals in de zaak SKF, de uitgave uitsluitend deel kan uitmaken van de prijs van de verkochte aandelen (zie het betreffende arrest, punt 73).
Gelet op hetgeen voorafgaat, dient het standpunt dat werd ingenomen in het antwoord op de vraag nr. 651 van de heer de Clippele van 15 mei 2000, en waarnaar het geachte Lid verwijst, inderdaad te worden genuanceerd, met dien verstande dat het aldus om feitenkwesties gaat waarover, wanneer ze zich voordoen, geval per geval moet worden beslist.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer