Verhuur vakantiewoningen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

292 30 maart 2020

Zoeken

Verhuur vakantiewoningen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/292-verhuur-vakantiewoningen-egbert-lachaert-vakantiechalet-904e

Nummer
292
Datum
30 maart 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 292 van de heer Egbert Lachaert d.d. 30.03.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/017 d.d. 04.05.2020, blz. 123

Vraag nr.292 van de heer volksvertegenwoordiger Egbert Lachaert van 30 maart 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Verhuur vakantiewoningen.

VRAAG

Het hof van beroep te Brussel oordeelde op 7november 2017 (rolnr.2014/AF/187) dat de verhuur van een vakantiewoning voor een beperkte duur de loutere passieve terbeschikkingstelling van een onroerend goed overschrijdt indien er naast deze verhuur ook voldoende bijkomende diensten aangerekend worden.

In casu werd bovenop de huurprijs immers ook een bedrag betaald voor de schoonmaak en het verbruik van de elektriciteit. Een derde werd bovendien gelast met de afgifte van de sleutels, onderhoud en herstelling van toestellen, levering van vuilniszakken en onderhoud van het gazon.

Volgens het hof betreft een dergelijke terbeschikkingstelling met bijkomende diensten geen loutere passieve verhuur van uit hun aard onroerende goederen dewelke vrijgesteld is van btw volgens artikel 44, § 3, 2° WBTW , maar wordt deze onderworpen aan de btw als het verschaffen van gemeubelde logies volgens artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje WBTW. Het Brusselse hof van beroep volgt hiermee het standpunt dat eerder ook werd ingenomen door het Hof van Cassatie van 22 juni 2012.

Deze rechtspraak is echter niet in lijn met het standpunt van de administratie, zoals opgenomen in Btw-handleiding nr. 55. Opdat de terbeschikkingstelling van een vakantiewoning niet gekwalificeerd zou worden als een passieve vrijgestelde verhuur, vereist de administratie dat cumulatief aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

(1) de terbeschikkingstelling van gemeubelde logies;

(2) het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag, en

(3) minstens één van de volgende bijkomende diensten: het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen gedurende het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting.

Kort samengevat stelt de administratie dus eisen die strenger zijn dan deze die gehanteerd worden in de rechtspraak teneinde na te gaan of een terbeschikkingstelling van een vakantiewoning al dan niet vrijgesteld is volgens artikel 44, § 3, 2° WBTW.

Specifiek voor vakantiewoningen, die voor korte periodes worden verhuurd, is het vaak zo dat er wel diverse bijkomende diensten worden aangerekend na het verblijf (elektriciteitsverbruik, onderhoud, schoonmaken, enz.), maar dat er gedurende het verblijf geen schoonmaak wordt verricht, geen huishoudlinnen wordt ververst, geen ontbijt wordt geserveerd en er tevens geen specifiek onthaal is. Volgens de administratie moet de vrijstelling in dergelijk geval worden toegepast terwijl dit conform de rechtspraak niet het geval is.

Zal de administratie met bovenstaande rechtspraak rekening houden om te oordelen of de verhuur van een vakantiewoning onder het toepassingsgebied valt van het verschaffen van gemeubelde logies indien de toegang bijv. wordt gegeven middels een code die vooraf wordt toegestuurd aan de huurder zonder dat er sprake is van een fysiek onthaal? Zo ja, welke minimum bijkomende diensten zal de administratie eisen opdat geen sprake zou zijn van een loutere passieve terbeschikkingstelling?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 28.04.2020:

Mijn administratie heeft de inhoud van het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 november 2017 geanalyseerd en is van oordeel dat deze uitspraak enkel van toepassing is ten aanzien van de specifieke feitelijke omstandigheden van de betrokken zaak.

Het verstrekken van accommodatie in hotels of in sectoren met een soortgelijke functie wordt overeenkomstig de btw-richtlijn uitgesloten van de vrijstelling van btw voor de verhuur van onroerende goederen. De uitdrukking "sectoren met een soortgelijke functie" moet overeenkomstig de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie ruim uitgelegd worden. Het doel is ervoor te zorgen dat het tijdelijk verstrekken van logies op dezelfde wijze wordt behandeld als de diensten verricht door een hotel.

Deze bepalingen zijn in nationaal recht omgezet.

De lidstaten beschikken over een beoordelingsmarge om te bepalen welke accommodatieverstrekkingen, in afwijking van de vrijstelling voor verhuur van onroerende goederen, moeten worden belast. Het kan gaan om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotelinrichtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die al de materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan de gasten diensten te verstrekken, zoals de ontvangst van de gasten, het ter beschikking stellen van gemeubelde kamers en huishoudlinnen, het regelmatig onderhoud en schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verversen van het huishoudlinnen en, eventueel, het verschaffen van het ontbijt.

De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen, komen echter toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een globale prijs een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in het ter beschikking stellen van gemeubeld logies, het onthaal ter plaatse van gasten (in ieder geval gedurende een groot gedeelte van de dag) en minstens één van de volgende bijkomende diensten: het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, of het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen gedurende het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt. De vakantiewoningen die aan de voorwaarden voldoen worden eveneens bedoeld.

Wat het criterium van het onthaal betreft kan het volstaan, in functie van de feitelijke omstandigheden, dat een telefonisch of digitaal contact mogelijk is, in combinatie met minstens een van de andere reeds genoemde diensten.

De passieve terbeschikkingstelling van gemeubelde logies kwalificeert als een door artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde onroerende verhuur indien de uitbater geen enkele hiervoor genoemde bijkomende dienst aanbiedt, of indien de uitbater deze diensten slechts verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag, of indien het aanbod van de exploitant aan de klant de mogelijkheid geeft om af te zien van een of meerdere bijkomende diensten waarvoor hem een prijsvermindering wordt toegekend, of nog indien de inrichting niet over de nodige organisatie beschikt om, zoals hotels, de persoonlijke ontvangst en het onthaal van de klanten te verzekeren.

De nieuwe bepaling inzake het belasten van de kortdurende onroerende verhuur is niet van toepassing op vakantiewoningen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 444 voorkomens

Administratieve doctrine

5

« … van 08.08.1994, randnummer 2, beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999, schriftelijke parlementaire vragen nr. 1.865 van mevrouw de Senator Clotilde Nyssens van 04.02.2002 en nr. 768 van de heer Volksvertegenwoordiger Richard Fournaux van 02.05.2005 en parlementaire vraag nr. 292 van de heer Volksvertegenwoordiger Egbert Lachaert van 30.03.2020 ). c. Belastingheffing of vrijstelling volgens de wettelijke criteria vanaf 01.07.2022 Vanaf 01.07.2022 moet voor het belasten als uitzondering op de vrijstelling inzake onroerende verhuur het verschaffen van gemeubeld logies voldoen aan de voorwaarden … »

Diensten (01.07.2026)Administratieve commentaar01.07.2026

Bekijk de 5 documenten