Vr. en Antw., Kamer
Feitelijke Vereniging - Aftrek
VRAAG
Het komt veelvuldig voor dat aankoopfakturen worden opgesteld op naam van de deelgenoten van een feitelijke vereniging. In dit geval is volgens de vigerende richtlijnen van de administratie geen aftrekking van BTW toegelaten. Dit leidt meer dan eens tot onbillijke toestanden. Ingeval nu blijkt dat, bij aanwerving van bedrijfsgoed door één van de deelgenoten, de Directe Belastingen de afschrijving van dit goed aanvaarden en dus erkennen dat het goed ter beschikking staat van de feitelijke vennootschap, is dan ook geen aftrek van de BTW gerechtvaardigd?
ANTWOORD
Eén van de essentiële voorwaarden die vervuld moeten worden opdat een BTW-belastingplichtige het recht op aftrek van de BTW geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten kan uitoefenen is dat hij in het bezit moet zijn van een regelmatige op zijn naam opgemaakte factuur (zie art. 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969).
Wat meer bepaald de problematiek betreft van de aftrek van de BTW bij een feitelijke vereniging, verwijs ik het geacht Lid naar het antwoord op de vraag nr. 65 van de heer Senator Verbist van 22 februari 1977 Z. Revue nr. 31, blz. 454, nr. 1. Zie art. 45, § 2 B.T.W.-Wetboek.
, waarin de regels werden uiteengezet die van toepassing zijn ten aanzien van de aftrek van de BTW die werd geheven van de leveringen en diensten met betrekking tot een personenwagen die voor de werkzaamheid van een feitelijke vereniging wordt gebruikt (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1976-1977, nr. 23, blz. 783-784).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.