VRAAG
1. Welke bedragen moeten er worden aangegeven op de periodieke btw-aangifte van de in België gevestigde koper, wanneer een in een andere lidstaat gevestigde leverancier die Belgische klant een prijsverlaging toekent omdat deze binnen een bepaalde tijdspanne een bepaald volume goederen afgenomen heeft? 2. In welke roosters moet die prijsverlaging worden opgegeven? 3. Klopt het dat sommige verrichtingen in bepaalde gevallen in meerdere btw-aangiften moeten worden aangegeven, wil men geen negatieve bedragen hoeven in te vullen? 4. In welke gevallen? 5. Is er op de website van de administratie een omstandige toelichting beschikbaar ten behoeve van de btw-plichtige?
ANTWOORD
1 en 2. Het geachte lid beoogt de situatie waarin een prijsvermindering wordt toegestaan door een buitenlandse leverancier aan zijn Belgische klant, in het kader van intracommunautaire verwervingen, een vermindering die het voorwerp uitmaakt van een verbeterend stuk.
Het totaal aan bekomen verminderingen moet afgetrokken worden van het bedrag van rooster 86 van de aangifte van het overeenstemmende tijdvak - de datum van het verbeterend stuk is hier het criterium dat het tijdvak bepaalt waarop het stuk betrekking heeft -, alsook van, naargelang het geval, het totaal van rooster 81, 82 of 83, afhankelijk van de bestemming van de verworven goederen: voorraad, algemene kosten of investeringen. Overigens moet het totaal aan bekomen verminderingen eveneens afzonderlijk voorkomen in rooster 84 van diezelfde aangifte. Rooster 84 moet worden ingevuld zelfs al kan het overeenstemmende bedrag niet volledig worden afgetrokken van de roosters 86 en 81/82/83.
Het ontvangen verbeterend stuk met betrekking tot de in rooster 86 van een aangifte ingeschreven handelingen vermeldt geen enkel bedrag aan btw, gezien de oorspronkelijke handeling een handeling is waarvoor de aangever krachtens artikel 51, § 1,2o, van het btw- Wetboek, schuldenaar is van de belasting, belasting die hij in principe heeft voldaan via zijn periodieke aangifte. Aansluitend op de ontvangst van dat verbeterend stuk, moet de initieel betaalde én in aftrek gebrachte belasting worden geregulariseerd door de inschrijving van het ad hoc bedrag zowel in rooster 61 - regularisatie in het voordeel van de Staat - als in 62 - regularisatie in het voordeel van de belastingplichtige. Het gaat dus zowel om een teruggaaf van belasting overeenkomstig artikel 77, § 1, 2°, van het btw-Wetboek als om een terugstorting van belasting, zoals die uitdrukkelijk wordt voorzien door artikel 4, § 1, eerste lid, 4o, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde. De administratie staat evenwel toe dat deze regularisatie niet wordt verricht mits de aangever een volledig recht op aftrek van de voldane belasting geniet en het niet gaat om een belasting die wordt geheven van een bedrijfsmiddel.
3 en 4. Wanneer de hiervoor bedoelde aftrek een negatief saldo teweeg brengt in rooster 86 en/of rooster 81/82/83 van de periodieke aangifte, wordt dat rooster op nul gebracht; geen enkel bedrag wordt ingeschreven en het overblijvende nog af te trekken bedrag wordt afgetrokken in de volgende aangifte.
5. Een toelichting is, op eenvoudig verzoek, beschikbaar in elk btw-controlekantoor. Zij wordt systematisch meegegeven bij elke nieuwe registratie voor btw-doeleinden, alsook bij de toezending van blanco aangifteformulieren aan de betrokken belastingplichtigen bij het begin van elk jaar. Die toelichting maakt momenteel het voorwerp uit van een bijwerking en haar inhoud zal binnenkort ter beschikking worden gesteld van het publiek op de website van het departement.