Onroerend goed. nieuw gebouw. belastingplicht · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

288 26 maart 2012

Zoeken

Onroerend goed. nieuw gebouw. belastingplicht

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/288-onroerend-goed-nieuw-gebouw-belastingplicht-6e40

Nummer
288
Datum
26 maart 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, n° 63 d.d. 02.05.2012, blz. 129

Onroerend goed

Nieuw gebouw

Belastingplicht

VRAAG

1. Wanneer een handels- of nijverheidsonderneming die geen professionele bouwonderneming is en periodieke btw-aangiftes indient, een nieuw gebouw als bedoeld in artikel 8 van het btw-Wetboek verkoopt, moet die onderneming dan btw aanrekenen op die verkoop? 2. Zo ja, in welke wettelijke bepaling is de aanrekening van btw verplicht gesteld?

ANTWOORD

( van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a, eerste lid, van het Btw-Wetboek, wordt de levering van uit hun aard onroerende goederen, in de regel, vrijgesteld van de belasting. Ingevolge het tweede lid van die bepaling wordt de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorend terrein bedoeld in artikel 1, § 9, van hetzelfde Wetboek, evenwel van deze vrijstelling uitgesloten, wanneer ze uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, van het Wetboek, worden vervreemd door: - hetzij een in artikel 12, § 2, van het Wetboek beoogde belastingplichtige (bouwpromotor) die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, van het Wetboek heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de btw heeft verkregen; - hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige; - hetzij elke andere belastingplichtige wanneer hij op de door de koning bepaalde wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting. Het geachte lid beoogt het geval waarin een belastingplichtige waarvan de economische activiteit niet bestaat in het geregeld verkopen van gebouwen met toepassing van btw, maar die toevallig een nieuw gebouw onder bezwarende titel levert. Het betreft bijgevolg de situatie beoogd door het derde streepje hierboven. Wat de ter zake geldende modaliteiten betreft wordt verwezen naar het koninklijk besluit nr. 14 van 3 juni 1970 met betrekking tot de vervreemdingen van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek op zulke goederen.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 13 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 81 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen