Nieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. Werk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

28 1 april 1988

Zoeken

Nieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. WerkNieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Heffingsgrondslag. Normale waarde. Bezwaar. Bouwdossier. Bewijs. Procedure. Wettelijk vermoeden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/28-nieuwbouw-normale-bouwwaarde-minimummaatstaf-heffing-6cca

Nummer
28
Datum
1 april 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer buitengewone zitting 1988 blz. 668

Nieuwbouw - Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing - Deskundige schatting - Expertise - Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Heffingsgrondslag - Normale waarde - Bezwaar - Bouwdossier - Bewijs - Procedure - Wettelijk vermoeden

VRAAG

Het Europees Hof van Justitie heeft onlangs de Belgische Staat veroordeeld wegens het feit dat de BTW op autovoertuigen berekend werd op de catalogusprijs, daar waar de heffing moest geschieden op de werkelijk betaalde prijs zoals hij op de factuur voorkomt. De Minister van Financiën trachtte dat te verhelpen door de BTW op nieuwe wagens om te toveren in inschrijvingstaks. Dat iedereen over dergelijke handelwijze verbolgen is, zal niet verwonderen.

Naar verluidt past de Administratie van Financiën een nog meer eigenaardige--en onaanvaardbare--methode toe wanneer het gaat om het bouwen van een huis. Wanneer iemand een woning laat bouwen, worden evenmin de facturen in aanmerking genomen noch de BTW die hierop berekend werd. De administratie gaat er inderdaad van uit dat de bouwaannemers evenveel «in 't zwart» werken als zij normaal (op de facturen) aangeven. Daarom stuurt zij een inspecteur ter plaatse, die een eigen schatting maakt van de bouw. Dat deze schatting altijd hoger uitvalt dan de bedragen die op de facturen voorkomen, lijkt een opdracht voor de administratie te zijn. Tot besluit wordt de BTW toegepast op de ... schatting.

Daarbij wordt meestal een boete gerekend, omdat de werkelijk betaalde prijs lager ligt dan de schatting.

Is de minister op de hoogte van deze bijzonder subtiele berekening van zijn administratie ? Hoe kan hij dergelijke praktijken goedkeuren die misschien wel meer inkomsten aan de Staatskas bezorgen maar geen enkele juridische grondslag hebben ?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 11.A.1, a, van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 (1) is, voor de leveringen van goederen en voor de diensten, de normale heffingsgrondslag alles wat de leverancier of dienstverlener voor die handelingen verkrijgt of moet verkrijgen.

Krachtens artikel 27, § 5, van dezelfde richtlijn mochten de Lid-Staten die op 1 januari afwijkende bepalingen toepasten teneinde bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen, die maatregelen handhaven op voorwaarde dat zij de commissie daarvan voor 1 januari 1978 in kennis stelden. Wat de in België toegepaste bijzondere afwijkende bepalingen betreft-inzonderheid deze betreffende de minimummaatstaf van heffing voor pas opgerichte gebouwen--gebeurde die kennisgeving op 23 december 1977.

Alzo mag, bij toepassing van artikel 36, § 1, b, van het BTW-Wetboek, de maatstaf van heffing voor diensten betreffende werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen niet lager zijn dan de normale waarde, dit is de prijs die kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen een aannemer en een bouwheer die van elkaar onafhankelijk zijn. Die waarde wordt bepaald, geval per geval, rekening houdend met de in de bouwsector toepasselijke prijzen, het bouwplan, de aard van de constructie, de geplaatste of verwerkte materialen, enzovoort.

Indien de bouwheer het niet eens is met de schatting van de administratie, heeft hij het recht zijn bezwaren te laten kennen. Overigens wordt niet zelden de oorspronkelijk vastgestelde vordering verminderd of prijsgegeven nadat de administratie in kennis werd gesteld van gegevens die niet blijken uit de ingediende stukken.

De bouwheer moet zich overigens niet neerleggen bij de vordering van de administratie en kan het resultaat afwachten van de schattingsprocedure bedoeld in artikel 59, § 2, van het BTW-

Wetboek; in dat geval wordt de door de deskundige vastgestelde normale waarde vergeleken met het totaal van de aannemingsfacturen.

Tenslotte moet worden vermeld dat, in tegenstelling met wat het geacht Lid beweert, minder dan een derde van de gecontroleerde bouwdossiers aanleiding geven tot het instellen van een navordering en dat het gemiddeld rendement van de controle weinig belangrijk is in verhouding tot de totale BTW-ontvangsten uit de sector van de woningbouw.

In die omstandigheden mag worden gesteld dat de reglementering betreffende de normale bouwwaarde noch op een algemene noch op een absolute wijze van de normale heffingsgrondslag afwijkt maar bepaalde gevallen van vermoede fiscale fraude corrigeert en, essentieel, die fraude voorkomt.

Tenslotte, indien het geacht Lid concrete gevallen mocht beogen, ben ik steeds bereid die te laten onderzoeken, wanneer hij mij de naam van de betrokken personen meedeelt.

NOOT

(1) Z.Revue nr. 30, blz. 263.

Aangehaalde teksten

1

Administratieve doctrine

1

« … afwerking van dat gebouw. Wat de justificatie van de bovengenoemde wetsbepalingen in het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en de navorderingen van de administratie betreft, verwijs ik het geacht Lid naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 28 van 1 april 1988 van de heer Devolder (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 9, Kamer, buitengewone zitting 1988, blz. 668 en 669). Voor het overige is het duidelijk dat er geen correlatief verband kan worden gelegd tussen de normale waarde van de diensten betreffende … »

Nieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. WerkParlementaire vraag25.11.1988

Bekijk het document