Nieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. Werk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

138 25 november 1988

Zoeken

Nieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. WerkNieuwbouw. Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing. Deskundige schatting. Expertise. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Heffingsgrondslag. Normale waarde. Bezwaar. Bouwdossier. Bewijs. Procedure. Wettelijk vermoeden. Meerwaarde. Normale oprichtingsprijs van een gebouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/138-nieuwbouw-normale-bouwwaarde-minimummaatstaf-heffing-ea66

Nummer
138
Datum
25 november 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1988-1989 blz. 2915

Nieuwbouw - Normale bouwwaarde als minimummaatstaf van heffing - Deskundige schatting - Expertise - Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Heffingsgrondslag - Normale waarde - Bezwaar - Bouwdossier - Bewijs - Procedure - Wettelijk vermoeden - Meerwaarde - Normale oprichtingsprijs van een gebouw

VRAAG

De bouwer van een eigen woning wordt na het beëindigen van de werken gehoord door de BTW-diensten teneinde de toegevoegde waarde op de verrichte arbeid te kunnen bepalen en, niet zelden, om na te trekken of de voorgelegde facturen van de gebruikte materialen wel stroken met de arbeid die werd verricht.

Wij stellen vast dat men het aldus bekomen resultaat in regel drastisch verzwaart met, wat wij noemen, fictieve BTW. Ons zijn dossiers bekend waar dit oploopt tot de verhoging van de meerwaarde met meer dan 50 %. Uit ons onderzoek blijkt dat niet de realiteit maar de oppervlakte vermenigvuldigd met een jaarlijks wijzigbare coëfficiënt wordt aangewend.

Beroep op onze rechtbanken haalt weinig uit : in een bepaald gerechtelijk arrondissement is het aantal beroepen dat werd aangelegd en gehaald, gewoonweg te verwaarlozen.

Mogen wij van de Minister vernemen :

1. of onze vaststellingen correct zijn;

2. hoe men aan die nationale coëfficiënt komt en hoe deze binnen het begrip "toegevoegde waarde" kan worden verantwoord;

3. of deze nationale coëfficiënt ook in het Waalse landsgedeelte wordt aangewend en of hij daar dezelfde is als in Vlaanderen;

4. en in bijkomende orde : of deze coëfficiënt in Wallonië aanleunt bij een vroegere vaststelling-

-maar dan in verband met de meerwaarde op gronden--waaruit blijkt dat deze meerwaarde lager wordt bepaald in Wallonië dan in Vlaanderen;

5. welke maatregelen hij ten opzichte van de vorige 4 punten heeft getroffen ?

ANTWOORD

Met het oog op de controle van de naleving van de artikelen 36, § 1, en 64, § 4, van het BTW-Wetboek heeft de administratie ten behoeve van haar ambtenaren eenvormige richtlijnen uitgewerkt die gelden voor het gehele land.

Die richtlijnen zijn opgesteld met inachtneming van de prijzen die algemeen in de bouwsector toepasselijk zijn, de geplaatste of verwerkte materialen en de aard van de constructie.

Voor het vaststellen van de normale oprichtingsprijs van een gebouw wordt dus niet alleen de oppervlakte van dat gebouw in aanmerking genomen maar ook het gebruik van duurdere of minder dure materialen, de bijzondere wijze van constructie en de al dan niet weelderige afwerking van dat gebouw.

Wat de justificatie van de bovengenoemde wetsbepalingen in het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en de navorderingen van de administratie betreft, verwijs ik het geacht

Lid naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 28 van 1 april 1988 van de heer Devolder (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 9, Kamer, buitengewone zitting 1988, blz. 668 en 669).

Voor het overige is het duidelijk dat er geen correlatief verband kan worden gelegd tussen de normale waarde van de diensten betreffende de oprichting van gebouwen en de verkoopwaarde van de bouwgronden.

Tenslotte ben ik bereid om de door het geacht Lid beoogde concrete gevallen te laten onderzoeken, wanneer hij mij de identiteit van de betrokken personen meedeelt.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 361 voorkomen
WBTW art. 641 voorkomen