Gelijkstelling met dienstprestaties onder bezwarende titel. werk in onroerende staat voor privé-doeleinden. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

28 7 december 2009

Zoeken

Gelijkstelling met dienstprestaties onder bezwarende titel. werk in onroerende staat voor privé-doeleinden.gelijkstelling met dienstprestaties onder bezwarende titel. werk in onroerende staat voor privé-doeleinden. werk in onroerende staat voor eigen bedrijfsbehoeften

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/28-gelijkstelling-dienstprestaties-onder-bezwarende-titel-8f74

Nummer
28
Datum
7 december 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Gelijkstelling met dienstprestaties onder bezwarende titel

Werk in onroerende staat voor privé-doeleinden

Werk in onroerende staat voor eigen bedrijfsbehoeften

VRAAG

1. Aan de hand van welke grondslag dient een belastingplichtige die geen volledig btw-aftrekrecht heeft de btw te bepalen die hij verschuldigd is op de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2 van het BTW-wetboek (W. BTW)

2. Omvat die grondslag de werktuigen waarop de btw slechts gedeeltelijk afgetrokken werd?

3. Zo ja, hoe bepaalt men de waarde van de werktuigen die gedurende meerdere jaren gebruikt worden?

4. Wanneer een belastingplichtige geen btw-aangifte indient, hoe moet hij dan de verschuldigde btw aangeven?

5. Bezit uw administratie gegevens over de fiscale inkomsten met betrekking tot de inning van de btw voor die post?

ANTWOORD

1. 2. en 3. Vooraf dient er te worden aan herinnerd dat artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek van toepassing is zonder een onderscheid te moeten maken naargelang de economische activiteit die door de belastingplichtige wordt uitgeoefend al dan niet, geheel of gedeeltelijk, bestaat in het verrichten van handelingen die recht op aftrek verlenen.

Het doel van deze bepaling is in feite het op gelijke voet behandelen van de belastingplichtige die werken in onroerende staat verricht voor de behoeften van zijn economische activiteit en deze die een beroep moet doen op derden voor het verstrekken van dezelfde diensten.

Men moet hoe dan ook twee gevallen onderscheiden.

Wanneer de btw verschuldigd is ingevolge de toepassing van artikel 19, § 2, 1°, van voornoemd Wetboek (werk in onroerende staat verricht voor de doeleinden van de economische activiteit van de belastingplichtige), is de maatstaf van heffing, overeenkomstig artikel 33, § 1, 3°, van het Wetboek, de normale waarde van het verrichte werk in onroerende staat, zoals omschreven in artikel 32, tweede lid, van het Wetboek.

Als de btw daarentegen verschuldigd is ingevolge de toepassing van artikel 19, § 2, 2°, van het Wetboek (werk in onroerende staat verricht voor de privé-doeleinden van de belastingplichtige of deze van zijn personeel en, meer algemeen, om niet of voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit), wordt de btw overeenkomstig artikel 33, § 1, 2°, van het Wetboek berekend over het bedrag van de door de belastingplichtige naar aanleiding daarvan gedane uitgaven, dit wil zeggen over het bedrag van de gedane uitgaven die een rechtstreeks verband houden met het verrichte werk en, wanneer het gereedschap betreft, dat rekening houdt met de afschrijvingswaarde ervan, berekend in functie van de duur van de werken.

4. Wanneer de belastingplichtige, die dergelijke werken verricht, niet gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften, moet de btw worden voldaan middels een regularisatieopgave of door het opnemen van bedoelde handelingen in de bijzondere btw-aangifte bedoeld in artikel 53ter van het Wetboek en met betrekking tot het kwartaal in de loop waarvan de btw geheven van die handelingen opeisbaar is geworden.

5. De administratie beschikt heden over geen gegeven dat het in verband met die handelingen aan de Schatkist gestorte btw-bedrag vaststelt.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 193 voorkomens
WBTW art. 332 voorkomens
WBTW art. 321 voorkomen
WBTW art. 53ter1 voorkomen

Rechtspraak

2

België

2

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel23/4989/A03.12.2025

Eigenaar, Verbouwingen, Tarief

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel03.12.2025

Werk in onroerende staat, Onderscheid tussen verbouwingswerken en nieuwbouw

Administratieve doctrine

2

« … Dit wil zeggen over het bedrag van de gedane uitgaven die een rechtstreeks verband hebben met het verrichte werk en, wanneer het gereedschap betreft, dat rekening houdt met de afschrijvingswaarde ervan, berekend in functie van de duur van de werken ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 28 van de heer Volksvertegenwoordiger Christian Brotcorne van 07.12.2009 ). Op de kwestieuze handelingen is er bijgevolg geen btw verschuldigd op het werk dat wordt verstrekt door de bestuurder of zaakvoerder in de veronderstelling dat laatstgenoemde in principe niet door de vennootschap wordt vergoed voor dat werk. De btw blijft … »

Diensten (01.09.2022)Administratieve commentaar19.09.2022

Bekijk de 4 documenten